Ervaringsdeskundige Marjan Faber: 'ik doe wat ik kan doen en al doe ik er wat langer over, dat maakt niet uit'

Marjan FaberMarjan Faber werkt 2 dagen in de week voor de LFB. We vroegen haar naar haar bezigheden en ervaringen met het ouder worden.

'Officieel heet ik Maartje, maar mijn officiële roepnaam is Marjan. Ik woon sinds 2007 in de wijk Bilgaard in Leeuwarden in een lekkere grote flat met drie slaapkamers en een groot balkon. Toen ik hier de sleutel omdraaide, wist ik meteen dit is het, mijn eigen Villa Kakelbont. Vóór 2007 heb ik een relatie gehad van bijna 20 jaar, maar dat liep stuk. We wilden uit elkaar, maar wel goede vrienden blijven en dat is gelukt. We komen nog steeds bij elkaar. Eerst was dat wennen, maar ik vind het nu wel lekker om alleen te wonen.'

‘Ik werk twee dagen in de week voor de LFB, op maandag en woensdag. Dat doe ik inmiddels al 10 jaar en ik heb zulke lieve collega’s! Op dit moment hebben we nieuwe leerwerkstudenten meelopen. Dat zijn 1e jaars ROC-studenten Zorg en Welzijn die ons helpen en daar zelf van leren. Ik heb een mooie bijnaam van ze gekregen: ‘moedertje’, omdat ik de oudste ben.’

Marjan is goed in samenwerken en in overleggen. ‘Ik heb in Leeuwarden een goede band met wethouder Andries Ekhart. Ik kan met hem altijd overleggen over ruimtes om presentaties te houden.’ Marjan houdt bijvoorbeeld presentaties over hoe ze zo sterk is geworden. ‘Die heb ik twee keer op school gegeven voor studenten Zorg en Welzijn van ROC Friese Poort. Ik ben ermee in Dokkum geweest en bij de Praktijkroute in Burgum.’

Lekker bezig en soms een blokje om

Met de LFB zijn we op dit moment ook bezig met de voorbereidingen voor een officiële openingsavond voor ons contract met ROC Friese Poort. We gaan muffins maken, met de kookklas en hapjes voorbereiden. Dat doen we allemaal zelf en houdt me lekker bezig.

We hebben nu al een groep van 80 man, maar als het me te druk wordt, ga ik even een blokje om. Dat weten ze wel van mij en daar houden ze rekening mee, want soms krijg ik te veel prikkels binnen. Zolang ik het werk nog kan en mag doen, ben ik er blij mee. Dat stopt niet persé op mijn 65e, er zit geen grens aan. Het is maar net hoelang ik het kan volhouden. Als ik denk: ik red het niet meer, dan moet ik eruit stappen. Maar daar denk ik nog niet aan, ik heb nu nog zoveel plezier.

‘Ik heb het hartstikke druk!’

Naast haar werk voor de LFB zit Marjan ook in de werkgroep Toegankelijkheid. Die komt één keer per maand bij elkaar. ‘Vier jaar terug hebben we alle winkels in het Winkelcentrum bekeken of ze klantvriendelijk waren en toegankelijk voor rolstoelen en rollators. Zo ben ik aan mijn kapster gekomen. Zo houd je er ook nog wat aan over!’

‘En verder zit ik in een groep die met psychische problemen te maken heeft, omdat ik daar vroeger ook mee te maken had. Ik heb het hartstikke druk!’

‘Soms even lekker niks’

Marjan heeft vanaf haar geboorte te maken met een beenlengteverschil van tweeënhalve centimeter. ‘Als baby had ik een gipscorsetje, vertelden mijn ouders. Maar ze konden me neerleggen hoe ze wilden, ik lag altijd op mijn zij. Dus dat ding had geen zin. Ik liep op het laatst helemaal krom en de rugspieren waren helemaal strak en dik.’

‘Tegenwoordig heb ik een acupuncturist omdat mijn gezondheid niet echt zo wil. Het loopt niet goed met mijn knie en ik heb last van veel hoofdpijn en piekeren en dat is niet goed. Daarvoor behandelt hij mij. Met mijn spieren heeft hij heel wat te stellen gehad en hij merkt het meteen als ik een lange autorit heb gemaakt. Bijvoorbeeld als ik met mijn vriend naar Duitsland of België op vakantie ben geweest. Dan heb ik knap last en is het weer helemaal mis.’

‘Ik heb ook speciale schoenen, nog niet eens zolang. Daar schaam ik me niet voor. Mijn nieuwe schoenen voor de winter heb ik net opgehaald en daar ben ik best trots op. Als je het niet weet, dan zie je het haast niet. Ik moet in beweging blijven om de spieren soepel te houden, maar heb ook weleens momenten dat ik denk: even lekker niks. Dan heb ik geen zin en puf in oefeningen, dan heb ik meer zin om de hele dag televisie te kijken.’

‘Ga zelf achter die rollator!’

‘Ik weet nog dat ik voor het eerst zelf met een rollator moest lopen. Ik zei toen ‘ga er zelf maar achter, ik doe het niet,’ maar ik kan nu niet meer zonder. Ik vind het nu wel lekker. Ik kan erop steunen en word ik moe dan kan ik er even fijn op zitten. Bijvoorbeeld als ik in de zomer aan het wandelen ben in het Leeuwarder bos hier achter. Die rollator heeft zeker zijn voordelen en zonder rollator zou ik er bijna niet meer uitkomen, omdat ik steeds moeilijker ga lopen.’

Als het zó moet…….

‘Als ik niet werk, ben ik voor de rest gewoon thuis. Dan doe ik mijn huishouding. Ik kook en was zelf. Dat wordt wel moeilijker met het ouder worden, vooral de was ophangen. Op het balkon lukt dat nog wel in de zomer, maar in de winter heb ik een rek op de deur en dan moet ik hoger reiken. Ik heb één keer in de week een hulp voor drie uur, voor zwaar huishoudelijk werk. Zoals schoonmaken, het bed verschonen, stofzuigen en de ramen lappen, want dat lukt mij niet. Het lichte werk doen we samen. Tegenwoordig helpt mijn hulp ook met de was ophangen. Dat lukt op dit moment even helemaal niet door een paar gekneusde ribben.

‘Ik heb pas geleden een dag in het ziekenhuis gelegen, omdat ik zomaar weggevallen was. Ik weet er zelf niks meer van en ook niet hoe ik in het ziekenhuis gekomen ben. Het is buiten gebeurd en andere mensen hebben gezorgd dat ik hulp kreeg. Ik was zelf helemaal van de wereld. Dat heb ik weleens vaker, vooral door stress. Dat maakt mij wel onzeker en dan is het soms moeilijk om naar buiten te gaan. Ik zei nog tegen mijn PB-er als het zo moet, kun je er beter een eind aan maken. Die zei toen ‘dat meen je niet’ en daar had ie wel gelijk in ‘nee, eigenlijk meende ik dat niet.’

Dure voorzieningen

‘Als zoiets thuis gebeurt, heb ik een buurman die ik kan waarschuwen. Dat is mijn maatje die heel goed op mij past. Hij heeft mijn sleutel en is meestal wel thuis.

‘Toen hij hier kwam wonen, leefde zijn vrouw nog. Ik zei toen tegen hem ‘ik heb wel een beperking.’ ‘Oh, en ben je daarom anders?’ vroeg hij toen. Dat vond ik zo geweldig. Het is jammer dat zijn vrouw er niet meer is, want ik denk dat wij een hele goede klik hadden gehad. Zij hield ook van breien en knutselen.’

‘Omdat ik zomaar weg kan vallen, word ik vier keer in de week geholpen met douchen. Mijn PB-er heeft me ook een keer gevonden, liggend in de douche. Dat was wel gevaarlijk. Ik heb toen een tijdje een alarm gehad. Eerst zeiden ze dat het alarm wel weg kon omdat ik het nooit gebruikte. Dat was flauwekul want ik drukte vaak genoeg op die knop. Later bleek dat als ik een uur op de grond lag, en dat gebeurde weleens, ik € 100 moest betalen. Ja dáág, neem hem dan maar weer mee! Dat kon ik niet betalen met mijn uitkering. Maar het voelt toch alsof ze je een stuk veiligheid afnemen. Feitelijk heb je geen keuze meer.’

‘Tegenwoordig voel ik het gelukkig aankomen en dan bel ik meteen de buurman. ‘Ik kom eraan’ zegt hij dan. Wij houden elkaar een beetje in de gaten en als we ons vervelen, drinken we koffie bij de één of de ander. Dat is zo gezellig. Mijn andere buurvrouw is verhuisd naar Spanje, dat huis staat nu leeg. Dan is het met de nieuwe buren eerst maar weer even ‘de kat uit de boom kieken!’ Dat heb ik bij alles. Maar in deze flat maken de meesten wel even een praatje.’

‘Ik heb altijd wat te doen’

‘Ik hou van breien, ben nu met een lappendeken bezig. En ik speel af en toe een computerspelletje. Verder hou ik van Mandela’s kleuren voor volwassenen. Dat ontspant ook heel lekker. Verder doe ik gewoon waar ik zin in heb. Ook al ben ik alleen thuis, ik heb altijd wat te doen. Ik verzin zelf wel wat en dat houdt me ook positief. Ik doe wat ik kan doen en al doe ik er wat langer over, dat maakt niet uit.’

Tante Marjan

‘Het leukst van ouder worden vind ik het contact met jongere mensen. Ik heb een lieve hartsvriendin met een beperking en haar dochter zegt altijd tante Marjan tegen mij. Dat vind ik leuk. ‘Tante Marjan, hoe doe je dat?’ ‘Nou kom maar’, zeg ik dan, ‘dan help ik je even.’

‘Het leukst van ouder worden vind ik het contact met jongere mensen.’

‘Mijn hartsvriendin heeft ook veel meegemaakt in haar leven, net als ik. Ik heb mijn hele gezin verloren. Wij kunnen elkaar goed bijstaan. Als ik ga piekeren kan ik haar bellen, maar we kunnen ook zo’n lol hebben met z’n tweeën.’

Iedereen verloren

‘Het ene moment vind ik het leuk om oud te worden, het andere moment denk ik: wat doe ik hier nog? Ja, dat heb ik ook wel eens. Ik heb dat veel erger gehad, nu valt dat wel mee. Soms als ik helemaal vast zit, kijk ik naar de foto van mijn meisje. Mijn dochter, die ik heb verloren door een ongeluk, veroorzaakt door een man die had gedronken en veel te hard reed. Daarvóór had ik al mijn zoontje en mijn man verloren. Toen ik iedereen kwijt was, zei ik tegen mijn vader ‘pap, het hoeft van mij niet meer.’

Het was ook mijn vader die ingreep toen ik op de negende verdieping van een flat stond om te springen. ‘Wat doe je daar?’ vroeg hij en ik antwoordde ‘ik moet naar mijn gezinnetje.’

De brandweer kwam erbij en de psychiater, maar het was mijn redding dat mijn vader daar was, want anders had ik gesprongen. Dan had ik het niet meer kunnen navertellen. Toen was ik boos, maar nu ben ik er dankbaar voor en dat heb ik mijn vader ook gezegd toen hij overleed. ‘Dat is goed hoor meid’, antwoordde hij.

Eigen ervaringen inzetten voor anderen

Na behandeling in een ziekenhuis, ben ik er gelukkig uiteindelijk heel sterk uitgekomen. Daarover vertel ik anderen nu in mijn presentaties. Dat ik daarmee anderen kan helpen vind ik leuk. En als ik mij toch nog eens somber of verdrietig voel, bijvoorbeeld omdat ik niet begrijp waarom mijn moeder geen contact meer met mij wil, dan kan ik mijn buurman bellen, of de acupuncturist, mijn PB-er of mijn hartsvriendin. Of ik ga mandela’s kleuren of computeren of zo. Ik ga echt iets doen en afleiding zoeken, want dat helpt. Èn ik heb het gevoel dat mijn meisje er is en me steunt. Dat is een fijn en goed gevoel en geeft me ook rust.’

Niet serieus genomen

‘Wat ik vervelend vind bij het ouder worden, is dat ik me niet altijd serieus genomen voel door instanties, zoals de gemeente. Ik zou heel graag een scootmobiel willen, maar dan moet ik 750 taxikilometers inleveren voor de taxi. Terwijl ik daar veel gebruik van maak, bijvoorbeeld voor mijn werk en om naar de acupuncturist te gaan. Die woont wel in de stad, maar dat is te ver voor mij om met het Openbaar Vervoer te doen.’

‘Verder ga ik lopend naar de 50+ bingo, dat vind ik zo grappig. Ik win bijna nooit iets, maar heb er altijd lol. Ik zou erg graag een scootmobiel hebben, omdat ik zo slecht uit de voeten kan, maar kan die taxikilometers ook niet missen. Dus dat is dan weer zo’n onmogelijke keuze.’

Niet alles accepteren helpt

Marjan komt wel op voor haar voorzieningen. Zo ging het eerste Keukentafelgesprek helemaal niet goed. Zij werd gekort op haar uren voor zorg en huishoudelijke hulp. ‘Dat heb ik toen aangevochten en bij het tweede gesprek, met een andere mevrouw, had ik binnen een half uur m’n dagdelen en uren voor huishoudelijke hulp terug. En die heb ik ook wel nodig, want ik heb een grote flat.’

Marjan denkt nog niet over verhuizen naar een andere of kleinere woning. ‘Zolang ik het hier redden kan, blijf ik hier lekker zitten. Ik mag hier graag wonen, het is een heel mooi plekje. Ik zeg altijd; ze halen me hier maar pas weg als ik dood ga. De toekomst zie ik wisselend, soms positief, soms negatief, het is maar net in welke stemming ik ben. Maar meestal is het toch wel positief hoor, dat heeft wel de overhand gelukkig.

Tip van Marjan

‘Ik hoop dat professionals goed blijven luisteren, naar de wensen van mensen, naar wat zíj zelf willen. Want het is echt wel zo geweest dat mensen voor mij beslissingen namen. Nu is dat niet meer zo, want ik spreek ze erop aan en zeg ‘hallo, het gaat om mij!’ Het traject bij de LFB heeft mij sterker gemaakt en dat ik nu ook anderen kan gaan helpen, vind ik fijn. De mensen in mijn omgeving zeggen het ook ‘moet je zien waar jij staat nu! Als je ziet waar jij nu allemaal aan meewerkt en wat je allemaal doet. Daar ben je toch zeker wel trots op?’ Dan denk ik het zal wel, want zo ben ik nu eenmaal.’

‘Hallo, het gaat om mij!’

Toekomstwens

‘Ik hoop dat ik zo positief mag blijven zoals ik nu ben. En dat ik de dingen kan blijven doen, die ik nu ook doe. Dat zal wel steeds moeilijker worden, maar ik blijf het proberen.’

Interview: Marion Keizer

Rapport Ouderen in het vizierOuderen in het vizier

Dit interview is ook meegenomen in het project 'Ouderen in het vizier', waarin onderzoek is gedaan naar de manier waarop organisaties kennis over de ondersteuning van ouderen met verstandelijke beperkingen delen. De resultaten van dit onderzoek vind je in het rapport Ouderen in het vizier (pdf).

Lees ook de interviews met de andere ervaringsdeskundigen

Bekijk in deze flyer hoe het Kennisplein kan ondersteunen bij onderzoeksprojecten (pdf)

Deel deze content

Reageren:

Wil je een link invoegen in de tekst? Zet deze tussen [].
Voorbeeld: [www.voorbeeld.nl] of [http://www.voorbeeld.nl]
Velden met een (*) zijn verplicht.

Deze website gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren.

Meer weten...