Ouderschap in internationaal perspectief
Het Werkgezelschap Ouderschap en Kinderwens organiseerde op 19 mei 2010 een minisymposium over ondersteuning van ouders met een verstandelijke beperking. Speciale gasten waren Maurice Feldman uit Canada en Ann Nilsson uit Zweden.
Mogen mensen met een verstandelijke beperking kinderen krijgen? Dat is de vraag waar we ons in Nederland vooral mee bezig houden. Aan wat we moeten doen als zij kinderen krijgen, komen we nauwelijks toe. Aldus Hans Reinders, hoogleraar ethiek aan de VU en voorzitter van het werkgezelschap ouderschap en kinderwens. De enquête van Rondom 10 onder werkers in de gehandicaptenzorg naar aanleiding van de documentaire Machteloos bevestigt dat.
Ontmoedigen
Een ruime meerderheid van de ondervraagden vindt dat mensen met een verstandelijke beperking ontmoedigd moeten worden om kinderen te krijgen. Ook het Werkgezelschap Ouderschap en Kinderwens heeft de meningen gepeild. Zij hebben de opvattingen vergeleken tussen mensen die betrokken zijn bij de ondersteuning van ouders met een verstandelijke beperking en die van mensen die niets met de gehandicaptenzorg van doen hebben. Van de beleids- en uitvoerend medewerkers vindt 12 procent dat alle ouders met een verstandelijke beperking onder toezicht zouden moeten worden gesteld. Van de mensen die niets met de gehandicaptenzorg te maken hebben is dat maar liefst 56 procent. Realiseert u zich wat dat betekent? De mensen die zich bezighouden met dit onderwerp doen dat in een samenleving waarvan de meerderheid er een andere mening op na houdt.
Waarom het vaak misgaat
Marja Hodes is werkzaam bij ASVZ en betrokken bij het consortium Wat werkt?. Zij heeft hulpverleners en cliënten gevraagd hoe zij aankijken tegen de ondersteuning bij ouderschap. Cliënten melden dat hulpverleners hen vooral vertellen dat ze het niet kunnen. Ze merken dat ze niet luisteren of het onderwerp vermijden. Hulpverleners vinden juist dat cliënten niet willen luisteren en niet begrijpen hoe moeilijk ouderschap is. Zo ontstaat een vicieuze cirkel waarin betrokkenen steeds verder van elkaar af komen te staan.
Ervaringen uit andere landen
Kennis en ervaring uit andere landen helpen ons om scherper te krijgen waar we staan en wat we kunnen verbeteren. Maurice Feldman is een internationaal toonaangevende onderzoeker op het terrein van ouderschap van mensen met een verstandelijke beperking. Ann Nilsson is gezinscoach bij het SUF Resource Center in een project voor ouders met een verstandelijke beperking.
Buitenstaanders hebben meestal een stereotiep beeld van ouders met een verstandelijke beperking, aldus Feldman. Die mening verandert vaak als zij hen aan het woord hebben gezien. En medewerkers zien vaak over het hoofd dat ook andere factoren problemen kunnen veroorzaken, zoals fysieke en mentale gezondheidsproblemen, depressie, weinig geld en verwaarlozing of misbruik in de jeugd. Dit zijn volgens Feldman de werkelijke factoren die ervoor zorgen dat mensen tekort schieten in het ouderschap.
Ondersteuning bij ouderschap
Nilsson benadrukt dat je niets begint zonder een goede relatie tussen ouders en hulpverlener. Als je een goede band tot stand hebt gebracht blijkt er opeens veel mogelijk. Haar organisatie biedt bijvoorbeeld ondersteuning aan de kinderen met medewerking van de ouders. Zij leren hun grenzen bewaken en wat hun rechten zijn. Maar ook leren ze de verstandelijke beperking van hun ouders beter begrijpen.
Ook Feldman toont aan dat veel mogelijk is als ouders adequate ondersteuning krijgen. Hij vroeg de kinderbescherming waarom zij vonden dat ouders tekortschoten. Hij bleef doorvragen tot hij wist op welk concreet gedrag of op welke omstandigheden dat oordeel gebaseerd was. Vervolgens heeft hij deze ouders getraind: iedere ouder(paar) afzonderlijk op die aspecten waar de kinderbescherming een probleem constateerde. Vóór de training was bij 80 procent van de deelnemers het kind uit huis geplaatst of stond vast dat dit zou gaan gebeuren. Na de training vond de kinderbescherming dat nog maar bij 20 procent van de deelnemers nodig.
Hoezo machteloos? Feldman en Nilsson bewijzen het tegendeel. Laten we net als hen werken aan een goede ondersteuning van ouders met een verstandelijke beperking. Zodat de vraag niet is óf ze kinderen mogen krijgen, maar vooral hóe we de beste ondersteuning kunnen bieden in het belang van de kinderen en de ouders.
