Toon zoekbalkToon menu

Naasten betrekken

7 tips voor het omgaan met familieleden met een migratieachtergrond

Familieleden met een migratieachtergrond willen vaak zelf de zorg dragen voor hun naaste met een beperking. Dit vanuit cultuurreligieuze redenen. Voor begeleiders vraagt dat om een benaderingswijze op maat. Maar hoe doe je dat goed? Intercultureel consulent Aïcha el Heggar van Cordaan geeft tips.
Cordaan biedt dagbesteding aan een brede doelgroep op verschillende locaties. Hier vallen ook mensen met een matige tot ernstige verstandelijke beperking onder. Uit een onderzoek van Cordaan blijkt dat 80 procent van deze thuiswonende cliënten een migratieachtergrond heeft. Het gaat hierbij om enkele honderden gezinnen die betrokken zijn voor de zorg voor hun volwassen kinderen.  

Programma Kleurrijk Ontzorgen

Omdat de zorg thuis zwaar is, lopen ouders meer kans om overbelast te raken. Dit geldt in sterkere mate voor ouders met een migratieachtergrond. Zij kiezen er vanuit hun cultuur en/of religie veel vaker voor om zelf voor hun familielid te blijven zorgen. Ook als hun kinderen volwassen zijn. Daarom is Cordaan het programma Kleurrijk Ontzorgen gestart om de hulpvraag van deze familieleden goed zichtbaar te krijgen. Daarnaast kijken zij hoe er vervolgens aan hun hulpvraag kan worden voldaan.  

Tips zijn in te zetten voor alle familieleden 

Intercultureel consulent Aïcha el Heggar van ‘Kleurrijk ontzorgen’ deelt in dit artikel tips in het omgaan met familieleden met een migratieachtergrond. Zij werkt veel samen met de begeleiders van de Cordaan-dagcentra. Ook heeft ze veel contact met de families van deze cliënten. Eigenlijk zijn de tips te gebruiken voor alle familieleden waar je als begeleider mee te maken hebt. Geen mens is immers hetzelfde. Dat maakt zorg op maat altijd belangrijk!

7 tips voor het omgaan met familieleden met een migratieachtergrond 

 

1.Win het vertrouwen 

Dit is belangrijk voor ouders om de zorg van hun kind uit handen te kunnen geven. Ze willen graag zien dat je echt om hun kind geeft. Het helpt daarbij als je goed de tijd en ruimte neemt voor de ontmoeting met de ouders. 

Vertrouwen versnellen 
Aïcha: ‘Ik heb gemerkt dat je het opbouwen van vertrouwen ook kunt versnellen. Bijvoorbeeld door één ding snel voor ouders op te lossen. Als dat dan lukt zijn ze hartstikke blij. Ouders vertelden aan mij bijvoorbeeld dat hun kind steeds met warrig haar thuiskwam. Ik had de begeleiders van het dagactiviteitencentrum hierop gewezen. Ik vroeg de ouders om me te bellen als het toch weer gebeurde. Zo kon ik er bovenop zitten en het ook snel oplossen.’ 

Richt je op het gezamenlijke doel
Aïcha: ‘Begeleiders en familieleden hebben beiden het doel dat de cliënt een goed leven krijgt. Alleen het idee van de manier waarop het doel bereikt kan worden, kan anders zijn. Het gevaar is dat je in discussie raakt over de “manier waarop”.  Heel belangrijk om dan te vragen: “Wat vinden jullie belangrijk?” Zo kom je tot elkaar. En ook dat helpt voor het vertrouwen.’ 

 

2. Neem de tijd voor het opbouwen van een relatie  

Het helpt om veel te investeren in de relatie met ouders. Bijvoorbeeld door op huisbezoek te gaan en ouders regelmatig te bellen. Ook hebben huisbezoeken extra voordelen. Aïcha: ‘Je krijgt zo een idee van de leefwereld van de cliënt. Je begrijpt dan de dingen ook beter waarom ze zijn zoals ze zijn. Zo hadden wij bijvoorbeeld een cliënt die altijd heel moe op onze locatie aankwam. Toen ik daar thuiskwam ontdekte ik dat de drie kinderen allemaal doorgezakte bedden hadden. Dat was niet echt goed voor de nachtrust. Ik heb ze toen gelijk geholpen met nieuwe bedden. Door zo’n huisbezoek kan een cliënt ook wat meer zichzelf zijn en makkelijker vertellen wat eigenlijk zijn hulpvraag is.’  
 

3. Werk vraaggericht

Aïcha: ‘Zorg ervoor dat je rekening houdt met behoeftes, voorkeuren en culturele gewoontes. Sta open voor wensen en houd rekening met feestdagen.   Kom erachter hoe de cliënt   en   het   netwerk   tegen   zorg   en ziektebeelden aankijkt.  Stel vragen als: “Wat weten jullie   al over de zorg?  Wat zijn jullie verwachtingen over de zorg?” Soms willen naasten niet altijd van hun eigen normen en waarden afstappen als het gaat om het ontvangen van zorg. Dan is het belangrijk om dat te accepteren en te respecteren.’ 
 

4. Sta open om te leren van de ander 

Aïcha: ‘Erken familieleden ook in hun kennis. Begeleiders kennen iemand met een beperking van een paar uur begeleiding per week. De ouders hebben kennis van jaren. Dan moet je als begeleider niet het idee hebben dat jij het anders en beter kunt doen. Zeg bijvoorbeeld: “Wij zijn de professionals, maar u bent de expert. Wat kunnen wij van u leren om uw kind, broer, of zus goede zorg te bieden? Wat vindt u het beste voor uw familielid?” Dan heb je direct al een fijn gesprek.’
 

5. Let op je houding en je eigen aandeel in communicatie

Belangrijk dat je als begeleider goed je eigen normen en waarden kent. En dat je open kunt staan voor de normen en waarden van een ander. Een open en nieuwsgierige houding helpen daarbij. Aïcha: ‘Wees alert op het moment dat je geneigd bent om te oordelen. Dan kan het zo zijn dat je eigen normen en waarden meespelen. Goed om dan te benoemen dat je het anders hebt geleerd en dan te vragen: “Wat maakt nu dat jullie het zo zien? Hoe zit dat nu precies?” Probeer het neutraal en bij jezelf te houden.’ 
Ken de achtergrond van gewoontes

Aïcha: ‘De achtergrond kennen van gewoontes helpt daarnaast bij het begrip. Soms hebben mensen er moeite mee om hun schoenen uit te doen als ze bij iemand thuiskomen. Dit gebruik komt vaak voor bij mensen met een moslimachtergrond. Het scheelt als je dan weet dat Moslims op de grond bidden. Ze komen met hun gezicht vlakbij de grond. Dan wil je geen bacteriën van de straat op je vloer.’
 

6. Onthoud dat er meer is dan iemands culturele of religieuze identiteit 

Aïcha: ‘Er bestaan natuurlijk ook veel verschillen binnen verschillende groepen. Belangrijk om daar goed oog voor te houden en open te staan. Niemand is nou eenmaal hetzelfde. En focus je niet alleen op wat er anders is. Ga vooral ook op zoek naar de overeenkomsten.’
 

7. Pas zo nodig je communicatie aan 

Aïcha: ‘Een persoonlijke, informele benadering werkt vaak het best. Houd er ook rekening mee dat ouders analfabeet kunnen zijn. Daarnaast met je soms gebruik maken van een tolk. Trek dan extra tijd uit voor de gesprekken en controleer of de boodschap goed overkomt.’

Indirecte manier van communiceren 
Aïcha: ‘Daanaast is het belangrijk dat je je bewust bent dat mensen met een migratieachtergrond soms anders communiceren. Zo durven zij niet altijd te zeggen waar het werkelijk om gaat. De kunst is om oog te hebben voor de vraag achter de vraag. Dit kun je doen door goed door te vragen. Als iemand vertelt: “Ik heb het wel zwaar, maar het komt helemaal goed.” Vraag dan bijvoorbeeld: “Wat gaat er goed en wat gaat er niet goed? Maak het zo concreet mogelijk door vragen als: “Hoe laat gaat hij slapen? Wat doet hij ’s morgens?” Dan kom je een stuk meer te weten. Let ook op signalen in lichaamstaal.’

​Over Begeleiding à la carte 

Cordaan is een van de deelnemers aan het tweejarige traject ‘Begeleiding à la carte’ waarin  aanbieders van gehandicaptenzorg binnen lerende netwerken hun praktijkervaringen delen in persoonsgerichte zorg. Daarnaast stellen zij praktische kennis beschikbaar voor de hele sector. 
 

Reageer op deze pagina

JOUW REACTIE
Wil je een link invoegen in de tekst? Zet de link tussen vierkante haken: [www.kennispleingehandicaptensector.nl]





Cookies op de website van Kennisplein Gehandicaptensector

Kennisplein Gehandicaptensector gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren.
Ik ga akkoord met het plaatsen van cookies (inclusief tracking cookies).
Niet akkoord en lees meer