Ontwikkelingen in de gehandicaptenzorg

Regeldruk: Feiten en fabels

In dit overzicht vind je per onderwerp een aantal feiten waar in de praktijk de nodige misverstanden over bestaan.

Ga meteen naar:

Feiten over het dossier 
Feiten over het ondersteuningsplan of zorgplan 
Feiten over gedwongen opname en behandeling 
Feiten over kwaliteit en veiligheid 
Feiten over voedselveiligheid en hygiëne 
Feiten over indicatie, administratie, zorgovereenkomst PGB

 


Feiten over het dossier

"De WGBO is van overeenkomstige toepassing op de orthopedagoog die geen geneeskundige handelingen verricht"

Dit is waar. Dit volgt echter niet uit de wet, maar uit ‘de Richtlijn WGBO’ van de VGN (hierna: de richtlijn). In de gehandicaptenzorg wordt veel zorg geleverd die niet bestaat uit geneeskundige handelingen. Bijvoorbeeld een cliënt die vanwege gedragsproblematiek behandeld wordt door een orthopedagoog. In de richtlijn heeft de VGN de WGBO van overeenkomstige toepassing verklaard. Op grond van de richtlijn is de WGBO dus van overeenkomstige toepassing op behandelingen die niet op het gebied van de geneeskunst worden verricht.

"Een lijst met personen die het dossier mogen inzien, is niet wettelijk verplicht"

Dit is waar. Het is niet verplicht om een lijst bij te houden van de personen die het dossier mogen inzien. Vanwege de geheimhoudingsplicht is het belangrijk ervoor te waken dat personen die niet bevoegd zijn om het dossier in te zien, hiertoe de mogelijkheid krijgen. Personen die wél bevoegd zijn om het dossier in te zien, moet deze inzage niet worden onthouden. Begeleiders moeten dus weten wie het dossier wel en wie het niet mogen inzien. Een dergelijke lijst is, hoewel niet verplicht wel erg nuttig. In de zorgovereenkomst tussen de zorgaanbieder en de cliënt is veelal vastgelegd dat ook de IGZ en het zorgkantoor inzage mogen hebben in bepaalde gevallen en onder bepaalde voorwaarden.

"De begeleider hoeft volgens de wet geen niet-reanimatieformulieren te verstrekken aan de cliënt en een jaarlijkse actualisatie is niet wettelijk verplicht"

Dit is waar. De cliënt is zelf verantwoordelijk voor het eventueel opstellen of wijzigen van zijn niet-reanimatieverklaring. Heeft de cliënt een niet-reanimatieverklaring, dan kan alleen de cliënt ervoor kiezen om deze te actualiseren. De zorgaanbieder en de begeleider kunnen dat niet verplicht stellen. NB: De Richtlijn Medische beslissingen rond het levenseinde bij mensen met een verstandelijke beperking, die deel uitmaakt van de professionele standaard, geeft een advies over de toepassing in de praktijk. Deze richtlijn stelt voor dat artsen regelmatig genomen besluiten over het levenseinde, waaronder een niet-reanimeren besluit, evalueren. De richtlijn bepaalt ook dat begeleiders de wilsuitingen van de cliënt aan de arts moeten doorgeven.

"Een op de borst getatoeëerde niet-reanimatieverklaring is geldig"

Dit is waar. De niet-reanimatieverklaring moet volgens de WGBO in schrifttekens worden opgesteld door de cliënt. Op welke manier de cliënt dit vastlegt, is daarbij niet van belang. Dat hoeft dus niet op papier te zijn. Ook een tatoeage valt onder een schriftelijke verklaring en is daarmee een rechtsgeldige weigering van reanimatie. Dat geldt ook voor het dragen van een niet reanimeren-penning. Overigens is het vereist dat de cliënt tijdens het vastleggen van de niet-reanimatieverklaring wilsbekwaam is.

"Het dossier is niet verbonden aan een specifieke hulpverlener, maar aan de cliënt"

Dit is waar. Het dossier kan verdeeld zijn over verschillende hulpverleners, maar gaat uiteindelijk over de cliënt. Het gebeurt regelmatig dat een hulpverlener bepaalde informatie uit het dossier niet wil delen met andere, rechtstreeks bij de behandeling betrokken hulpverleners, omdat hij meent dat dit ‘zijn dossier’ is. Dit is echter niet het geval, het gaat om het dossier van de cliënt. Degenen die rechtstreeks bij de medische behandeling van de cliënt betrokken zijn, bijvoorbeeld begeleiders, hebben volgens de WGBO toegang tot dat deel van het dossier dat in het kader van de door hen uit te voeren werkzaamheden noodzakelijk is.


Feiten over het ondersteuningsplan of zorgplan

"De WGBO is niet van toepassing op het volledige ondersteuningsplan"

Dit is waar. De WGBO is van toepassing op de medische behandeling en niet op de andere onderdelen van het ondersteuningsplan. Het ondersteuningsplan is een verplichting die voortvloeit uit de Wlz. In de praktijk worden in de zorg- en dienstverleningsovereenkomst vaak bepalingen uit de WGBO toegepast, voor zover overige wettelijke bepalingen dat toelaten. De toepassing van de WGBO brengt bijvoorbeeld de geheimhoudingsplicht voor het gehele plan met zich mee. Alleen degenen die rechtstreeks betrokken zijn bij de ondersteuning van de cliënt en degenen die toestemming hebben van de cliënt om het ondersteuningsplan in te zien, zijn dan tot inzage van het ondersteuningsplan bevoegd.

"Het ondersteuningsplan is onderdeel van het dossier van de cliënt"

Dit is waar. Dit volgt niet uit de wet, maar uit de ‘Handreiking ondersteuningsplannen 2013’. Uit de handreiking volgt een ruimere omschrijving van het begrip ‘dossier’ van de cliënt. Het dossier is de verzameling van alle cliënt-gerelateerde informatie die noodzakelijk is voor goede hulpverlening in het kader van de zorgverleningsovereenkomst, inclusief alle informatie voor professionele verantwoording en toetsbaarheid. Het dossier omvat dus medische en administratieve basisinformatie, behandelplannen en het ondersteuningsplan.

"Tijdens het bespreken van het ondersteuningsplan heeft de cliënt recht op cliëntondersteuning"

Dit is waar. De zorgaanbieder en het zorgkantoor moeten de cliënt over deze mogelijkheid informeren. Zij moeten dit doen voorafgaand aan de bespreking van het ondersteuningsplan. In ieder geval twee keer per jaar moet het ondersteuningsplan worden geëvalueerd en geactualiseerd. Ook dan heeft de cliënt recht op cliëntondersteuning. In de praktijk wordt het ondersteuningsplan continu afgestemd op de wensen en behoeften van de cliënt zodat de cliënt het beste ondersteund wordt.

"Het ondertekenen van het ondersteuningsplan is niet wettelijk verplicht"

Dit is waar. Echter, de zorgaanbieder vraagt vaak de cliënt het ondersteuningsplan te ondertekenen. Omdat het zorgkantoor deze eis aan de zorgaanbieders stelt. Hierdoor wordt de cliënt uiteindelijk verplicht zijn handtekening onder het ondersteuningsplan te zetten. Dit geldt ook bij wijzigingen of besprekingen van het ondersteuningsplan. Het is geen wettelijke verplichting om het ondersteuningsplan na elke bespreking opnieuw te ondertekenen. Maar vaak eist het zorgkantoor van de zorgaanbieder
dat bij elke ingrijpende wijziging het ondersteuningsplan opnieuw ondertekend moet worden. Er volgen dus geen verplichtingen uit de wet, maar doordat het zorgkantoor erom vraagt. Ook als de cliënt het ondersteuningsplan niet wil ondertekenen moet er zorg worden verleend en een ondersteuningsplan worden opgesteld. Wanneer geen toestemming is gegeven houdt de begeleider zoveel mogelijk rekening met de veronderstelde wensen en de bekende mogelijkheden en beperkingen van de cliënt.

"Begeleiders hoeven volgens de wet niet te rapporteren dat zorg is verleend die in overeenstemming is met het ondersteuningsplan"

Dit is waar. Het noteren van de voortgang (bij doelen), afwijkingen en bijzonderheden is voldoende. Maar als een zorgaanbieder deze registratie verplicht stelt, dan is de begeleider op grond van het arbeidsrecht wél verplicht dit te doen.

"Het opstellen van een uitgebreider verslag waarin de gestelde doelen uit het ondersteuningsplan worden behaald is niet verplicht"

Dit is waar. In het ondersteuningsplan wordt ook opgenomen hoe de gestelde doelen bereikt zullen worden, een aanvullend verslag is wettelijk niet verplicht. 

"Het ondersteuningsplan moet, nadat de hulpverlening is beëindigd, vijf jaar worden bewaard"

Dit is waar. Het ondersteuningsplan is een onderdeel van de overeenkomst van opdracht tussen de zorgaanbieder en de cliënt. De cliënt kan het ondersteuningsplan tot vijf jaar nadat de hulpverlening is beëindigd opvragen bij de zorgaanbieder. Let wel, het (medische) behandeldossier moet op grond van de WGBO vijftien jaar worden bewaard, te rekenen vanaf einde behandeling of zoveel langer als redelijkerwijs uit de zorg van een goed hulpverlener voortvloeit.


Feiten over gedwongen opname en behandeling

"Niet alle informatie over cliënten die in hun vrijheid zijn beperkt vallen onder de Wet Bopz, moet aan de IGZ worden gemeld"

Dit is waar. De volgende gegevens hoeft de zorgaanbieder niet aan de IGZ te melden: 

  1. Het akkoord van de verantwoordelijke behandelaar voor het toepassen van de middelen of maatregelen. Wanneer de verantwoordelijke behandelaar afwezig is, betreft dit het akkoord van zijn plaatsvervanger. 
  2. Een beperking van de vrijheid, waardoor de cliënt geen bezoek mag krijgen, geen telefoongesprekken mag voeren dan wel in zijn beweging wordt beperkt. Dit moet wél worden gemeld aan de geneesheer-directeur.
  3. Individuele meldingen van gedwongen opnemingen. Het maandelijks overzicht is voldoende. 
  4. Aanvragen van rechterlijke machtigingen. 
  5. Wanneer een cliënt niet instemt met het behandelplan. Dit moet natuurlijk wel in het dossier worden geregistreerd, omdat dit van belang is voor de behandeling. 

 

"Het behandelplan, het dossier en het ondersteuningsplan zijn verschillende documenten"

Dit is waar. In de zorg voor cliënten die tegen hun wil (of zonder bereidheid daartoe te tonen) worden opgenomen, worden de termen behandelplan, dossier en ondersteuningsplan vaak door elkaar gebruikt. Dit zijn echter verschillende documenten. Het behandelplan gaat over de behandeling die een cliënt door een behandelaar krijgt voorgeschreven om het gevaar dat voortkomt uit de stoornis of de beperking af te wenden of te verminderen. Het dossier bevat het behandelplan, gegevens over de gezondheid, uitgevoerde verrichtingen en gegevens over de medicatie. Het ondersteuningsplan gaat over de wensen en doelen van de cliënt, over de manier waarop de cliënt dat wil bereiken en over de zorg die daarbij hoort. Op grond van de wet zijn de onderdelen van het ondersteuningsplan die niet over de medische behandeling gaan, géén onderdeel van het dossier. Uit de veldnorm ‘Handreiking ondersteuningsplannen 2013’ volgt, dat het ondersteuningsplan wél onderdeel van het dossier van de cliënt is.


Feiten over kwaliteit en veiligheid

"Een zorgaanbieder is volgens de wet niet verplicht om PRISMA en/of SIRE te gebruiken bij incidenten"

Dit is waar. Onderzoeksmethoden als PRISMA en/of SIRE zijn niet wettelijk verplicht. Als een zorgaanbieder besluit om PRISMA en/of SIRE te gebruiken in de zorgorganisatie, zijn de daaruit volgende registraties op grond van het arbeidsrecht voor de begeleider wel verplicht. Soms vraagt de IGZ hier ook om. 

"De zorgaanbieder moet volgens de wet zorgen voor een kwaliteitssysteem, registraties die daaruit volgen zijn voor de begeleider verplicht"

Dit is waar. De zorgaanbieder moet volgens de Wkkgz de kwaliteit van de zorg systematisch bewaken, beheersen en verbeteren. Er moet, met andere woorden, een kwaliteitssysteem zijn. Welke vorm dat kwaliteitssysteem moet hebben, staat niet in de wet. Het hoeft bijvoorbeeld geen gecertificeerd kwaliteitssysteem als HKZ, ISO of PREZO te zijn. De zorgaanbieder kan ook zelf een kwaliteitssysteem maken. Uit het kwaliteitssysteem kunnen registraties volgen voor de begeleider. De begeleider is in dat geval op grond van het arbeidsrecht verplicht om deze uit te voeren. 

"Met de inwerkingtreding van de Wet kwaliteit klachten en geschillen zorg hoeft er volgens de wet geen kwaliteitsjaarverslag meer te worden opgesteld"

Dit is waar. De Wet kwaliteit klachten en geschillen zorg stelt het kwaliteitsjaarverslag niet meer verplicht.


Feiten over voedselveiligheid en hygiëne

"Zorgaanbieders zijn niet verplicht om een van de hygiënecodes te gebruiken, maar moeten wel aan HACCP voldoen"

Dit is waar. Zorgaanbieders moeten voldoen aan de voedselveiligheidseisen (HACCP) conform (Europese) wetgeving in hun zorgorganisatie. Zij mogen zelf weten op welke manier zij dit doen. 

"Het controleren van de temperatuur van koelkasten op zorglocaties die niet onder de beschrijving van een woonvorm vallen, is verplicht"

Dit is waar. Het controleren van de temperatuur van koelkasten in zorgorganisaties is een verplichting die volgt uit HACCP. De verplichting geldt alleen voor locaties die niet onder de beschrijving van een woonvorm vallen. In een woonvorm is sprake van een groep bewoners in een woonruimte die te herkennen is als een huis en waar een gewoon huishouden wordt gevoerd doordat activiteiten als bijvoorbeeld eten en afwassen samen worden gedaan. Ook dagbesteding valt onder de hygiënecode woonvorm. Voedsel dat op een te hoge temperatuur in de koelkast heeft gelegen, kan bederven en zo leiden tot ziekte bij de cliënt. Om dit te voorkomen worden de maximale koelkasttemperaturen geregistreerd als grenzen aan de kritieke beheerspunten. De verplichting is dus niet letterlijk in de wet opgenomen, maar volgt hier wel rechtstreeks uit en is dus wél verplicht. 

"Zorglocaties die niet onder de beschrijving van een woonvorm vallen, zijn verplicht om de datum op de verpakking van voedsel te noteren"

Dit is waar. Deze verplichting volgt uit HACCP. Het gaat dan om locaties die niet onder de beschrijving van een woonvorm vallen. Voedsel waarvan de verpakking al enige tijd open is, kan bederven en zo leiden tot ziekte bij de cliënt. Om dit te voorkomen worden de maximale bewaartermijnen van aangebroken voedsel geregistreerd als grenzen aan de kritieke beheerspunten. De verplichting is dus niet letterlijk in de wet opgenomen, maar volgt hier wel rechtstreeks uit en is dus wél verplicht.

"Zorglocaties die niet onder de beschrijving van een woonvorm vallen, kunnen zelf kiezen hoe zij geopende producten markeren (datum en verwijzing), als het maar voor iedereen duidelijk is"

Dit is waar. Om te voorkomen dat cliënten bedorven voedsel krijgen, moet op geopende producten worden aangegeven wanneer zij geopend zijn zodat ze op tijd kunnen worden weggegooid. Hiervoor kan een datum-sticker worden gebruikt, maar deze vorm is niet verplicht. De datum mag bijvoorbeeld ook met een stift op een geopend product worden geschreven, zolang maar duidelijk is of het om een productiedatum, een houdbaarheidsdatum, een openingsdatum, een invriesdatum of een ontdooidatum gaat. Bijvoorbeeld de tekst ‘geopend op 9 oktober 2016’ of ‘ontdooid op 8 oktober 2016’. 

"Zorgorganisaties die onder de beschrijving van een woonvorm vallen zijn niet verplicht om geopende producten te markeren. Familie of cliënten mogen zelf gemaakte of zelf gekochte producten meenemen"

Dit is waar. Voorwaarde is wel dat de meegebrachte voedselmiddelen veilig zijn. Hierbij dient gelet te worden op THT en TGT-datum. De producten moeten bij binnenkomst meteen gekoeld worden. Ook is het belangrijk om familie en cliënten aan te raden een koeltas te gebruiken voor vervoer.


Feiten over indicatie, administratie, zorgovereenkomst PGB

"Minutenregistratie is niet wettelijk verplicht"

Dat is waar. Om minutenregistratie tegen te gaan heeft staatssecretaris Van Rijn het model planning = realisatie ontwikkeld. Uitgangspunt van dit plan is dat de geplande zorg gelijk is aan de werkelijk verleende zorg en alleen grote afwijkingen in het aantal geplande uren moeten worden geregistreerd. Door een goede planning vooraf kunnen registraties achteraf worden voorkomen.

"Informatiebeveiliging NEN 7510, NEN 7512 en NEN 7513 zijn niet wettelijk verplicht"

Dat is waar. De IGZ houdt toezicht op informatiebeveiliging in de zorg en toetst in welke mate de vertrouwelijkheid, beschikbaarheid en integriteit van informatie is gewaarborgd door de zorgverlener. Voor dit toezicht maakt de IGZ gebruik van NEN 7510, NEN 7512 en NEN 7513.

JOUW REACTIE
Wil je een link invoegen in de tekst? Zet de link tussen vierkante haken: [www.kennispleingehandicaptensector.nl]





Elsbeth Zielman

mail | meer info

e.zielman@vilans.nl

Lees meer

foto van Elsbeth Zielman

Op de hoogte blijven?

Abonneer je gratis op de tweewekelijkse nieuwsbrief van het Kennisplein Gehandicaptensector

Op de hoogte blijven?

Abonneer je gratis op de tweewekelijkse nieuwsbrief van het Kennisplein Gehandicaptensector

Kennisplein Gehandicaptensector gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren.
Ik ga akkoord met het plaatsen van cookies (inclusief tracking cookies).
Niet akkoord en lees meer