Begin met luisteren, niet met oordelen
Gepubliceerd op:
Hoe begeleid je een cliënt met een licht verstandelijke beperking (LVB) die vragen heeft over genderidentiteit? Begeleiders Joanna en Ilse van organisatie Eemhart ontdekten dat er geen kant-en-klaar stappenplan nodig is. Hun belangrijkste les: neem iemand serieus, luister zonder oordeel en sluit aan bij wat de cliënt nodig heeft.
Iedereen wil gezien worden
Op hun woonlocatie kregen Joanna en Ilse te maken met een cliënt die zich steeds meer als vrouw wilde presenteren, in transitie wilde en graag met vrouwelijke voornaamwoorden aangesproken wilde worden. Voor het team was dit nieuw. Specifieke kennis over genderdiversiteit hadden zij niet. Toch besloten ze één uitgangspunt centraal te zetten: luisteren naar de cliënt. Het belangrijkste is dat je iemand serieus neemt,’ vertelt Joanna. ‘Niet bagatelliseren, niet invullen voor de ander en niet oordelen. Luister naar wat iemand zelf vertelt en kijk hoe je daarbij kunt ondersteunen.’
Niet bagatelliseren, niet invullen voor de ander en niet oordelen. Luister naar wat iemand zelf vertelt en kijk hoe je daarbij kunt ondersteunen.
Joanna, begeleider
Dat is extra belangrijk bij mensen met een LVB. Zij kunnen moeite hebben om gevoelens, wensen of onzekerheden onder woorden te brengen. Juist daarom is het belangrijk om ruimte te geven aan het gesprek en goed aan te sluiten bij hun behoeften.
Geen vast plan, wel aansluiten bij de vraag
De begeleiders kozen er bewust voor om niet uit te gaan van aannames. In plaats daarvan volgden zij het tempo en de wensen van de cliënt. ‘We hadden geen vooraf bedacht plan’, vertelt Ilse. ‘We keken steeds naar wat vraagt deze persoon van ons en hoe kunnen wij daarin meebewegen?’
Toen de cliënt aangaf graag met ‘zij’ en ‘haar’ aangesproken te willen worden, besprak het team dit met elkaar. Ook bewoners werden geïnformeerd. Dat verliep verrassend soepel. Sommige bewoners moesten even wennen, maar er was weinig weerstand. ‘Voor ons was het geen probleem om daarin mee te gaan. Het belangrijkste was dat de cliënt zich gehoord voelde.’
Open zijn over je eigen leerproces
Volgens Joanna hoeft een begeleider niet alles te weten. Het is juist belangrijk om eerlijk te zijn over wat je nog moet leren. ‘Ik vergiste me soms in de voornaamwoorden. Dan benoemde ik dat gewoon. Daardoor blijft het bespreekbaar.’ Die open houding helpt om vertrouwen op te bouwen. Het laat zien dat je de ander respecteert, ook als je niet altijd alles meteen goed doet.
Kleine acties kunnen veel betekenen
Soms zit ondersteuning in kleine dingen. Een collega die ervaring had met uiterlijke verzorging hielp de cliënt bijvoorbeeld met kleding, make-up en nagelverzorging. Dat zorgde voor plezier en gaf de cliënt de ruimte om zichzelf te laten zien. ‘Je zoekt naar wat iemand nodig heeft en wie daar binnen het team bij kan aansluiten,’ vertelt Ilse. ‘Dat kan een mooie ingang zijn voor contact.’
Volgens de begeleiders gaat inclusieve ondersteuning niet alleen over grote beslissingen of medische trajecten. Juist dagelijkse aandacht en erkenning maken verschil.
Kijk ook naar je eigen normen en waarden
De ervaring liet de begeleiders zien hoe belangrijk zelfreflectie is. Iedereen heeft eigen opvattingen over relaties, seksualiteit en gender. Die kunnen ongemerkt invloed hebben op de begeleiding. ‘Het zou goed zijn als teams vaker met elkaar praten over seksualiteit en genderdiversiteit’, zegt Joanna. ‘Niet alleen over cliënten, maar ook over hoe je er zelf naar kijkt.’
Door het onderwerp bespreekbaar te maken, worden begeleiders zich bewuster van hun eigen normen en waarden. Dat helpt om cliënten meer ruimte te geven om zichzelf te zijn.
Drie tips voor begeleiders
1. Neem iemand serieus
Vraag door in plaats van zelf in te vullen wat iemand bedoelt. Luister naar de ervaringen en wensen van de cliënt en erken wat iemand vertelt.
2. Oefen met een open houding
Je hoeft niet alles te weten. Geef eerlijk aan wat je nog moet leren. En durf vragen te stellen zonder oordeel.
3. Maak het onderwerp bespreekbaar
Praat binnen het team over seksualiteit, relaties en genderdiversiteit. Zo vergroot je kennis en voorkom je dat persoonlijke opvattingen de begeleiding beïnvloeden.
Een les die blijft hangen
De cliënt leerde het team veel over goede begeleiding. Vooral één uitspraak is Ilse altijd bijgebleven: ‘Ik wil graag dat begeleiding mij laat gaan. En als ik struikel, dat ze me opvangen zodat het niet te erg wordt. Maar ik wil wel kunnen struikelen.’
Voor Joanna en Ilse vat die uitspraak samen waar goede ondersteuning om draait: ruimte geven aan iemands eigen keuzes, terwijl je beschikbaar blijft als steun. Dat geldt voor iedere cliënt. En misschien nog wel extra voor mensen die zoeken naar wie zij zijn en hoe zij zichzelf willen laten zien.
De cliënt die Ilse en Joanna begeleidden stond op de ‘lange’ wachtlijst om in transitie te gaan. Tot grote spijt is zij overleden voordat er een eerste afspraak plaats heeft kunnen vinden.