Niet-aangeboren hersenletsel

Uitgelicht

Voor op de werkvloer

Voor de organisatie

Leren

Good practices

Praktijkverhalen

Digitaal

Cijfers en feiten

Onderzoek

Nieuws

Niet-aangeboren hersenletsel

Werkboek ‘Laat je horen’

Hoe zorg je voor inspraak als je niet-aangeboren hersenletsel hebt en niet meer thuis woont? Wat kun je doen om je stem te laten horen en mee te praten? Het werkboek ‘Laat je horen - Samen Gaan in (informele) inspraak en medezeggenschap’ helpt daarbij. Samen gaan de persoon met NAH en zijn of haar begeleider op zoek naar de manier die het beste past.
kiyomid-veer-onderzoeker-nah-hersenletsel-eigen-regie‘Dit werkboek nodigt mensen uit na te denken over de manier waarop zij inspraak willen geven’, vertelt Kiyomid van der Veer. Zij was vanuit Vilans betrokken bij de ontwikkeling van het werkboek en bij het onderzoek dat eraan voorafging.
 

Download het werkboek (pdf, printversie)

Download het werkboek (pdf, pc, ipad, spreads)

Waarom dit werkboek?

Kiyomid: ‘Uit ons onderzoek blijkt dat inspraak niet altijd vanzelfsprekend is voor deze groep. Omdat vergaderingen te belastend zijn of omdat het lastig is je mening te geven als je afhankelijk bent. Maar ook omdat mensen ooit een leven leidden zonder NAH, waarin ze wel zonder problemen hun mening konden geven. Ze hebben professionele kwaliteiten verworven die niet verdwijnen na het hersenletsel. Bijvoorbeeld de communicatiewetenschapper met afasie die meedeed aan ons onderzoek. Praten is voor hem moeilijk, maar nadenken niet. Dan ga je op zoek naar manieren waarop hij zijn kwaliteiten kan inzetten en mee kan denken over de zorg en ondersteuning.’

Wanneer kun je het werkboek gebruiken?

Begeleider

‘Het is fijn om dilemma's te bespreken die je als ondersteuner soms ook voelt. Zo krijg je een gelijkwaardiger gesprek.’
Ondersteuners en mensen met NAH leren elkaar door middel van dit boekje beter kennen op een gelijkwaardige manier. Met het boekje nodig je iemand uit om inspraak te geven en te ontdekken welke manier het beste bij hem of haar past. Mensen met NAH vinden dat prettig, zelf hebben zij niet zo snel toegang tot dit

Cliënt

‘Het is belangrijk dat we als cliënt ook echt daadwerkelijk het gevoel hebben dat er wat gedaan wordt met wat we zeggen.
soort middelen. Je kunt het boekje ook inzetten om iemand voor te bereiden op inspraakmomenten, zoals een huiskameroverleg, de bespreking van een cliëntendossier of een cliëntenraad. ‘Wat we vooral willen bereiken is dat mensen nadenken over andere manieren van inspraak zodat ieders mening tot zijn recht komt’,

Begeleider

‘Door dit boekje laat je ook wat meer van jezelf zien als ondersteuner. Dat zorgt echt voor een gelijkwaardiger houding.’ 
zegt Kiyomid. ‘Nu is dat nog vaak erg formeel geregeld waardoor je mensen uitsluit.’

Wat vind je in het werkboek?

Het werkboek is opgedeeld in vier hoofdstukken:

  1. Elkaar leren kennen: Door te vertellen over jezelf (ook ondersteuners) wordt de relatie gelijkwaardiger.
  2. Jouw mening geven: Wat vind je fijn, wat is voor jou belangrijk in je leven en wat heb je daarvoor nodig?
  3. Inspraak: Hoe kun je jouw mening het beste uiten? Wat vind je een prettige manier?
  4. Actie: In dit onderdeel leg je de afspraken vast.

Een apart onderdeel is gewijd aan communicatie. Welke tip-nah-hersenletselmanier past het beste bij de persoon met NAH? Wat vindt hij lastig? Hoe komt hij het beste tot zijn recht? Dat kan op allerlei manieren. Denk bijvoorbeeld aan tekenen, schrijven, muziek, dansen of theater.

Tips voor begeleiders

Wil je met het werkboek aan de slag? Dan kunnen deze tips je helpen.

  • Bekijk goed per persoon hoe je het introduceert en bespreekt. Bespreek van tevoren samen waarvoor het werkboek dient en wat ermee gaat gebeuren.
  • Laat het boekje achter zodat hij of zij eerst zelf kan bladeren en extra informatie kan opzoeken.
  • Kies samen een moment om in gesprek te gaan over het werkboek.
  • Gebruik de ringband om de plaatjes weg te draaien als iemand dit te druk vindt.
  • Vraag door. Daarmee stimuleer je iemand om door te denken en verder te praten.
  • Vul het werkboek niet in één keer in. Maar neem er een aantal keer voor. In totaal kost het 60-75 minuten om het werkboek in te vullen. Het heeft meer effect om vier keer een kwartier te nemen dan één keer een uur. De vragen kunnen dan beter bezinken.

JOUW REACTIE
Wil je een link invoegen in de tekst? Zet de link tussen vierkante haken: [www.kennispleingehandicaptensector.nl]





Kiyomid van der Veer

mail | meer info

k.vanderveer@vilans.nl

Lees meer

foto van Kiyomid van der Veer

Op de hoogte blijven?

Abonneer je gratis op de tweewekelijkse nieuwsbrief van het Kennisplein Gehandicaptensector

Op de hoogte blijven?

Abonneer je gratis op de tweewekelijkse nieuwsbrief van het Kennisplein Gehandicaptensector

Kennisplein Gehandicaptensector gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren.
Ik ga akkoord met het plaatsen van cookies (inclusief tracking cookies).
Niet akkoord en lees meer