Toon zoekbalkToon menu

‘Maak beleid over middelengebruik bij mensen met een LVB’ 06/07/2020

‘Middelengebruik en “licht verstandelijk beperkt zijn”: twee gebieden die mensen in de zorg vaak als afzonderlijk zien. Maar om echt goede zorg te verlenen, moet je ze samenpakken.’ Dit zegt verslavingsdeskundige, trainer en coach Claudia Kaagman van Stichting WilgaerdenLeekerweideGroep. Er is nog te weinig aandacht voor mensen met een beperking en middelengebruik. Deze combinatie zorgt namelijk voor specifieke problemen. Daarom maakt expert Claudia zich er hard voor dat organisaties hier beleid voor opstellen.



Onduidelijkheid is niet handig bij mensen met een LVB

Claudia: ‘Wij hebben inmiddels ruim 7 jaar een beleid liggen. Dat is heel belangrijk en geeft duidelijkheid over hoe te handelen en communiceren. Risico is dat begeleiders  anders hun eigen ideeën en gevoelens  hierover gaan volgen. Zo is de ene begeleider anti-drugs. De andere vertelt weer aan een cliënt dat hij vroeger ook wel eens heeft geblowd. Dat zorgt voor onduidelijkheid. Dat is voor mensen met een beperking gewoon niet handig.’

Wie is Claudia?

Claudia heeft zowel in de psychiatrie, verslavingszorg als de gehandicaptensector gewerkt. Bij WilgaerdenLeekerweideGroep is ze betrokken bij het geven van behandelingen van verslaving en coacht ze begeleiders. Daarnaast geeft ze trainingen aan andere organisaties via het scholingslabel ZWOpleidingen van de WilgaerdenLeekerweideGroep. Ze doet mee aan het traject ‘LVB middelengebruik in het vizier’. Doel hiervan is om een kennisleidraad voor andere professionals te maken. Regelmatig wordt zij gevraagd om hierover mee te denken.

Voorbeeldgedrag van medewerkers

Ook is het belangrijk om het gewenste voorbeeldgedrag van begeleiders in het beleid op te nemen. Claudia: ‘Medewerkers moeten weten of ze kunnen vertellen dat ze in het weekend ook weleens te veel drinken. Of dat ze vroeger zelf drugs hebben gebruikt. In ons beleidsstuk staat verder dat medewerkers bij ons verplicht zijn om een training “LVB en middelengebruik” te volgen.’

Tips van Claudia voor meer aandacht voor LVB en middelengebruik

  • Stel een beleid over middelengebruik op. Betrek hierin belangrijke partners, zowel binnen als buiten de organisatie.
  • Weet dat beleid niet zaligmakend is. Heb ook aandacht voor situaties waarin de juiste keuze niet zo duidelijk is. Organiseer bijvoorbeeld een ‘moreel beraad’.

Bespreek of een training ‘LVB en middelengebruik’ iets voor jouw organisatie kan zijn. Meer weten? Stuur dan een mail naar ZWOpleidingen via info@zwopleidingen.nl.

Goed beleid zorgt ervoor dat medewerkers weten wat ze moeten doen in situaties

Claudia: ‘Ons beleidsstuk is een dik pakket geworden. Dat komt omdat we hierin onder andere aandacht besteden aan richtlijnen, protocollen, wetten en signaleringslijsten. Begeleiders hebben in een acute situatie natuurlijk geen tijd om alles te lezen. Wel kunnen ze er hoofdstukken uitpakken. Bijvoorbeeld als ze op zoek zijn naar wat te doen in een bepaalde situatie. Denk hierbij aan als je cliënt terugkomt van uitgaan en met schuim rond zijn mond op de grond ligt. Of als een cliënt dronken in zijn auto stapt. Dan kunnen ze in het beleidsstuk goed de stappen vinden die zij kunnen volgen. ‘

Het gaat er vooral om mensen te helpen bij het houden aan de regels

Claudia: ‘Ons beleid is verder echt gericht op communicatie. Dus niet: “2 keer blowen en je wordt geschorst”, maar “we willen je helpen bij het houden aan de regels”. Goed om je ervan bewust te zijn dat beleid niet zaligmakend is. Begeleiders blijven namelijk tegen dilemma’s aanlopen. Daarom maken we soms gebruik van een moreel beraad. Dit is een gesprek waarin deelnemers gezamenlijk dilemma’s kunnen bespreken. Het is namelijk niet altijd zo duidelijk in iedere situatie wat de juiste keuze is.’

Stel het beleid samen met partners op

Het beleid is samen met partners opgezet.  Binnen de organisatie ging het hierbij om cliënten, begeleiders, artsen, gedragsdeskundigen en managers. Maar ook hebben mensen buiten de organisatie meegedacht. Claudia: ‘Denk hierbij aan een partij als de verslavingszorg, maar ook aan de wijkagent. Je kunt bijvoorbeeld  zeggen tegen cliënten: “Je mag blowen buiten”. Alleen dan moet je wel op één lijn zitten met de wijkagent. Anders werkt het natuurlijk niet.’

Hoe zorg je ervoor dat beleid ook wordt toegepast?

Claudia: ‘Daarnaast heeft elke woongroep een eigen aandachtsfunctionaris middelengebruik. Deze medewerker helpt mee om ervoor te zorgen dat het beleid ook echt wordt toegepast. Stel: Het beleid zegt dat jongeren onder invloed van alcohol of drugs toch welkom zijn op  de groep. Alleen moeten ze dan wel  ‘begeleidbaar zijn’. Dan bespreken we samen met de jongeren hoe zij dit zien. Eén jongere vond het bijvoorbeeld niet erg als iemand heeft geblowd. Wat dan wel? Hij wilde liever niet dat zo’n jongere dan stonk naar wiet of half hangend op zijn stoel zat. Op deze groep hebben we  besloten dat “begeleidbaar zijn”  betekent dat je ook fris ruikt. En dat je rechtop moet kunnen zitten.‘  

Reageer op deze pagina

JOUW REACTIE
Wil je een link invoegen in de tekst? Zet de link tussen vierkante haken: [www.kennispleingehandicaptensector.nl]





Cookies op de website van Kennisplein Gehandicaptensector

Kennisplein Gehandicaptensector gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren.
Ik ga akkoord met het plaatsen van cookies (inclusief tracking cookies).
Niet akkoord en lees meer