Leefpatroonmonitoring
Laatst bijgewerkt op: 23-01-2026
Ongerust over een cliënt? Leefpatroonmonitoring geeft inzicht in het leefpatroon en volgt wat alleenwonende mensen met bijvoorbeeld dementie of een verstandelijke beperking doen. Leefpatroonmonitoring zet je in wanneer er reden is tot toezicht op afstand. De persoon zelf kan geen veranderingen meer in diens leefpatroon of gezondheid herkennen of hierover communiceren. Je ontdekt hier alles over de inzet van leefpatroonmonitoring.
In het kort
Sector
Ouderenzorg
Voor wie
Verpleegkundigen, Mantelzorgers, Zorgcoördinatoren
Fase
Borgen en opschalen
Met zorgtechnologie voor leefpatroonmonitoring krijgen zorgprofessionals, naasten en mantelzorgers inzicht in het leefpatroon van alleenwonende mensen. Sensoren die op verschillende plekken in de woning zijn bevestigd, volgen hun activiteiten. Veranderingen in de activiteiten zijn op die manier snel waar te nemen. Bij veranderingen krijgen de zorgprofessionals een seintje. Vanwege de privacy van de cliënt worden er geen camera’s geplaatst.
Leefpatroonmonitoring werd voorheen ook wel leefstijlmonitoring genoemd.
Wat wordt er gemonitord?
Het kan per systeem verschillen wat het monitort. Meestal volgt het systeem de volgende activiteiten:
- Loopsnelheid binnen de woning: Wordt de loopsnelheid minder? Dan kan dit een teken zijn van toenemende kwetsbaarheid.
- Vertrekken en thuiskomen.
- Eetpatroon op basis van activiteit in de keuken.
- Slaap: de duur en onderbrekingen.
- Toiletbezoek.
- Dwalen binnen de woning. Huisbezoeken en sociaal isolement.
Na aanbrenging van de sensoren analyseert een computerprogramma gedurende een aantal weken het leefpatroon van de cliënt. Na deze periode van ‘leren’ kan het systeem een opvallende afwijking in het dagelijks leefpatroon weergeven.
Een stoplichtsysteem laat de bevindingen als volgt zien:
- Groen: alles is in orde.
- Geel: een opvallende verandering in het dagelijkse leefpatroon.
- Rood: zodanige verandering dat er direct aandacht nodig is.
Dankzij kunstmatige intelligentie speelt het computerprogramma voortdurend in op de nieuwe situatie. Dit voorkomt dat er voortdurend ‘gele’ of ‘rode’ worden gegeven terwijl de zorg al is aangepast.
De sensoren zijn verbonden met een online dashboard en app waar de casemanager dementie, zorgmedewerker en mantelzorgers toegang toe kunnen hebben.
Leefpatroonmonitoring werd voorheen ook wel leefstijlmonitoring genoemd.
Ministerie van VWS
De technologie ondersteunt toezicht op afstand, door veranderingen in het leefpatroon in kaart te brengen. Daarbij ondersteunt het ook de gesprekken tussen informele en formele zorgverleners. Zo kunnen zij samen de veranderde patronen bekijken en bespreken.
Leefpatroonmonitoring kun je voor de volgende doelgroepen inzetten:
- Alleenwonende mensen met dementie (bijvoorbeeld VV-5) of met een ander neurodegeneratief ziektebeeld (bijvoorbeeld Parkinson of Huntington).
- Mensen met valgevaar.
- Mensen met noodzaak tot 24/7 zorg in de nabijheid.
- Mensen in verpleeghuizen en instellingen die zelfstandig in een kamer wonen.
- Ook zijn andere doelgroepen kansrijk, waaronder de gehandicaptenzorg.
- Er liggen ook kansen om leefpatroonmonitoring voor andere doelgroepen in te zetten, zoals in de gehandicaptenzorg.
Leefpatroonmonitoring is niet geschikt voor huishoudens met meer personen. De sensoren kunnen namelijk geen onderscheid maken tussen personen in een huis.
Het is voornamelijk gericht op alleenwonende mensen met dementie die met een Volledig Pakket Thuis (VPT) of Modulair Pakket Thuis (MPT) zelfstandig blijven. Zorgorganisaties zetten het in toenemende mate in om het VPT of MPT op verantwoorde wijze mogelijk te maken.
De zorgvuldig in de woning geplaatste sensoren zijn gekoppeld aan een computerprogramma. Dit programma volgt een aantal weken het leefpatroon van de cliënt. Hierna is het programma in staat opvallende veranderingen in de dagelijkse activiteiten te herkennen. Via een online dashboard volgt de casemanager de activiteiten van de cliënt. Mantelzorgers of naasten kunnen meekijken via een app.
Na aanbrenging van de sensoren analyseert een computerprogramma gedurende een aantal weken het leefpatroon van de cliënt. Na deze periode van ‘leren’ kan het systeem een opvallende verandering in het dagelijks leefpatroon weergeven.
Een stoplichtsysteem geeft de veranderingen op de volgende manier weer:
- Groen: alles is in orde.
- Geel: een opvallende verandering in het dagelijkse leefpatroon.
- Rood: een verandering die direct aandacht nodig heeft.
Dankzij kunstmatige intelligentie speelt het computerprogramma steeds in op de nieuwe situatie. Dit voorkomt dat er steeds ‘gele’ of ‘rode’ signalen worden gegeven, terwijl de zorg al is aangepast.
Aandachtspunten
- Leefpatroonmonitoring is niet geschikt als er meerdere mensen in het huis wonen. Er lopen dan verschillende leefpatronen door elkaar en dat maakt het onmogelijk om iemand te volgen. Hetzelfde geldt als er veel mensen op bezoek komen.
- Voor leefpatroonmonitoring is een wifi-aansluiting nodig. Hebben cliënten geen wifi? Dan kunnen zij gebruikmaken van een mifi-router. Dit is een draagbare wifi-router die leveranciers ook vaak aanbieden. Hier is een apart abonnement voor nodig.
Wordt leefpatroonmonitoring toegepast bij mensen met dementie of een verstandelijke beperking? Dan is de Wet zorg en dwang (Wzd) van toepassing. Er is namelijk sprake van het uitoefenen van toezicht op een cliënt. Lees meer over digitale zorg en de Wzd.
Wil je meer weten over onderzoeken, waardebepaling, praktijkverhalen of financiering? Lees dan verder op de Kennisbank Digitale Zorg van Vilans.