Naar hoofdinhoud Naar footer

Deel deze pagina via:

Beeldvorming als basis voor een leefomgeving die écht bij iemand past

Gepubliceerd op: 26-01-2026

Het grootste cadeau dat je een cliënt kunt geven, is hem of haar écht zien. Niet alleen op papier, maar in alles wat je doet van begeleiding tot inrichting. Durf anders te kijken. Durf te doen. En blijf nieuwsgierig. Dat geldt ook voor de fysieke leefomgeving van iemand.

Van beheersen naar begrijpen

Wat zie jij als je een kamer binnenloopt van een bewoner met een verstandelijke beperking? Zie je risico’s, praktische bezwaren en afspraken? Of zie je een mens met een geschiedenis, voorkeuren, verlangens en behoeften? In de gehandicaptenzorg zijn we sterk in zorgen en beschermen. Juist daarin schuilt een risico: probleemgedrag, veiligheid en beheersing kunnen ongemerkt leidend worden. De blik verschuift dan van wie iemand ís naar wat iemand laat zíen.

Beeldvorming gericht op de fysieke leefomgeving biedt een andere manier van kijken. Niet als formulier of momentopname, maar als een houding die doorwerkt in alles wat we doen: van begeleiding tot de inrichting van de leefomgeving. De fysieke leefomgeving levert daarmee niet alleen een concreet resultaat op (een kamer die echt bij iemand past), maar is ook een methodiek om anders naar mensen te kijken. Letterlijk verandert het perspectief: het onderwerp verschuift van probleemgedrag naar de persoon zelf, en daarmee verandert ook de kijkwijze op de cliënt.

Van probleem naar persoon

In veel trajecten start beeldvorming bij gedrag: wat gaat er mis, wat is lastig, wat vraagt beheersing? Het echte verschil ontstaat wanneer we beginnen bij de vraag: wie is deze persoon? Wat vindt iemand prettig? Waar houdt iemand van? Waar wordt hij of zij rustig van? Welke fijne herinneringen heeft iemand? Welke sfeer past bij deze persoon? Door deze vragen serieus te nemen en te onderzoeken, ontstaat een ander perspectief. Probleemgedrag verdwijnt niet, maar komt in een andere context te staan. Het mag er zijn, zonder alles te bepalen.

Anders kijken door 'buitenstaanders'

Een gebouw heeft veel invloed op mensen met een verhoogde prikkelgevoeligheid, moeite met oriëntatie of beperkte regie over hun omgeving. Licht, geluid, zichtlijnen, indeling en materiaalgebruik bepalen of iemand zich veilig voelt. Overprikkeling, verwarring of het ontbreken van plekken om je terug te trekken, kunnen leiden tot spanning, agressie of terugtrekgedrag. Wat vervolgens als ‘onbegrepen gedrag’ wordt gezien, kan ook een reactie zijn op een ongeschikte omgeving.

Het kan helpen om iemand van buiten te betrekken, zoals een architect of ontwerper, bij het ontwikkelen van zorgomgevingen. Dat blijkt ook uit onderzoek van WAVE.

De kracht van ontwerp in de zorg

Waar zorgprofessionals experts zijn in mensen en hun ondersteuningsbehoeften, zijn ontwerpers gespecialiseerd in het vertalen van die behoeften naar ruimte. Zij begrijpen hoe bijvoorbeeld geluid, looproutes en zichtlijnen invloed hebben op stress, oriëntatie en interactie. Samen kun je komen tot oplossingen waar je als zorg vaak niet snel op komt.

Samenwerken met ontwerpers is dan ook geen luxe, maar een noodzakelijke voorwaarde voor goede zorg. Wie wil werken aan kwaliteit van leven voor mensen met complexe zorgvragen, moet niet alleen investeren in mensen en methodes, maar ook in de ruimtes waarin dat leven zich afspeelt. Een mooi voorbeeld daarvan is de kamertransformatie van Dolf. Let op: Dit is een Engelstalige presentatie. Lees het artikel: Kamertransformatie van Dolf.

Beeldvorming als fundament voor de fysieke leefomgeving

De fysieke leefomgeving is geen neutrale achtergrond. Het beïnvloedt gedrag, gevoel van veiligheid én de manier waarop begeleiders nabij kunnen zijn. Een kamer of woonruimte vertelt altijd een verhaal. De vraag is: welk verhaal vertelt de kamer je?

Wanneer de inrichting van een kamer vooral praktisch of vanuit onmacht tot stand komt, missen we kansen. Maar als beeldvorming het vertrekpunt is, kan er misschien een omgeving ontstaan die herkenning en rust biedt. Denk aan:

  • Vertrouwde geuren of materialen die van thuis of eerdere woonplekken komen.
  • Een eigen dekbed of meubels die passen bij iemands persoonlijkheid.
  • Een duidelijke looplijn voor iemand met visuele beperkingen.
  • Een fotobehang dat herinnert aan bijvoorbeeld een geliefd landschap.

Het gaat niet om 'mooi' volgens de standaard van de professional, maar om wat passend is voor de bewoner. De vraag is niet: hoe beheersen we dit gedrag? Maar: wat heeft deze persoon nodig om zich veilig en gezien te voelen? 

Wat zegt de inrichting over onze visie?

Kale, functionele ruimtes zeggen iets anders dan warme, persoonlijke omgevingen. Dat geldt niet alleen voor de bewoners, maar ook voor begeleiders en verwanten. Een ruimte nodigt uit tot nabijheid óf juist tot afstand. Door de inrichting te zien als een spiegel van een organisatie, ontstaat een krachtig gesprek: wat willen we hier eigenlijk laten zien over hoe we naar mensen kijken?

Blinde vlekken onder ogen zien

Iedereen heeft blinde vlekken, ook gedragsdeskundigen. Soms ligt de nadruk sterk op probleemgericht denken of testresultaten, terwijl het betrekken van het netwerk of de draagkracht van het team nog meer aandacht kan krijgen. Juist daarom is samenwerking essentieel: met begeleiders, familie, ontwerpers en collega’s die met een frisse blik meekijken. Wie durft te erkennen dat hij niet alles ziet, maakt ruimte voor groei. 

Bij moeilijke situaties kan moedeloosheid ontstaan: 'We hebben al zoveel geprobeerd. Toch levert juist de zoektocht waardevolle inzichten op, ook als het resultaat niet perfect is.'

6 praktische inzichten waar je mee aan de slag kan

  1. Begin bij de persoon, niet bij het probleem:
    Vraag naar interesses, geschiedenis en wat iemand fijn vindt. 
  2. Zie beeldvorming als een doorlopend proces: 
    Herijk regelmatig: voorkom gekopieerde zorgplannen, blijf nieuwsgierig. 
  3. Werk actief samen met cliënten, hun naasten en begeleiders:
    Ook bij ernstige beperkingen zijn keuzes mogelijk, met de juiste ondersteuning.
  4. Maak wensen en behoeften zichtbaar en concreet:
    Gebruik foto’s, moodboards en verhalen. 
  5. Houd oog voor teams:
    Persoonsgericht werken lukt alleen als teams zich veilig voelen en er voldoende draagkracht in het team is. 
  6. Deel successen en leer van elkaar:
    Kleine veranderingen kunnen al een groot verschil maken. Deel dit met elkaar en vier successen.

Aanvullend: de Beeldvormer van het CCE helpt om uitgebreide beeldvorming als startpunt te gebruiken. 

Vragen?

Voor vragen of meer informatie kun je via de website van Ipse de Bruggen contact opnemen.