Welke grens trek je als begeleider?
Gepubliceerd op: 29-01-2026
Grenzen spelen een belangrijke rol in de dagelijkse praktijk van begeleiders. Zowel hun eigen grenzen als die van mensen met een beperking vragen voortdurend aandacht. Coördinerend begeleider en ambassadeur gehandicaptenzorg Erika Roelse-Quakernaat neemt je in haar blog mee in een openhartig verhaal, gebaseerd op haar persoonlijke ervaringen op de werkvloer.
Jules
Jaren geleden werkte ik op een gesloten gedragsgroep met acht bewoners. Het was een intensieve plek, waar spanning als een mist op de afdeling hing. Een van de bewoners was Jules, een man van in de zestig. In zijn jonge jaren had hij in Frankrijk gewoond, en soms zag je dat nog terug in zijn bourgondische levensstijl en zijn verlangen om er verzorgd uit te zien. Jules had een matig verstandelijke beperking, een bipolaire stoornis, was slechthorend en liet tijdens depressieve periodes soms onbegrepen gedrag zien.
Wanneer spanning omslaat in agressie
Wanneer de spanning te hoog opliep, kon hij fysiek agressief worden. Jules was dan ineens heel snel en stond plotseling voor je. Hij sloeg of stompte begeleiders en soms ook medebewoners in het gezicht. Veel collega’s vonden hem beangstigend, zeker in periodes waarin zijn stemming sterk verslechterde. Toch had ik om de een of andere reden een zwak voor Jules. En dat gevoel was wederzijds.
Tijdens een depressieve periode nam zijn agressie snel toe. In korte tijd waren er meerdere incidenten geweest en steeds meer collega’s durfden hem niet meer te begeleiden. Als ik de groep binnenkwam, gebaarde Jules driftig dat ik hem moest douchen en scheren. Hij wist precies wie hij nog vertrouwde. Mij heeft hij nooit aangeraakt. Nooit heeft hij mij pijn gedaan. Ook na een uitbarsting ging ik vaak naar zijn kamer om hem eten en drinken te brengen. De deur moest dan open blijven en collega’s stonden om de hoek om eventueel in te grijpen. Ondanks alles bleef hij mij toelaten. We hadden een vertrouwensband, fragiel maar oprecht.
Een vertrouwensband onder druk
Binnen één week moest ik Jules samen met een collega tweemaal fixeren, omdat hij achter een collega aanging. Deze momenten voelden als een breekpunt. Mijn hart brak toen ik Jules daarna moest douchen en zag hoe hij onder de blauwe plekken zat van het fixeren. Het confronteerde mij pijnlijk met de gevolgen van ingrijpen dat nodig was, maar ook enorm veel kostte.
Ik belde de gedragsdeskundige en vertelde haar dat het duidelijk slecht met Jules ging. Ik gaf aan dat ik vermoedde dat zijn noodmedicatie niet langer toereikend was en vroeg haar om advies en hulp, en om hem te komen observeren. Tijdens het gesprek merkte ik dat ik niet serieus werd genomen. Sterker nog, het voelde alsof ze zich lacherig opstelde. De boosheid kwam onverwacht fel. Ik vertelde haar dat ik op deze manier mijn vertrouwensband met Jules kapotmaakte, dat dit niet alleen over protocollen ging, maar ook over menselijkheid en veiligheid voor iedereen.
Het breekpunt
Met een gevoel van ongenoegen hing ik op. Toen ik mijn verhaal daarna aan een collega vertelde, brak er iets. De tranen kwamen onverwacht en ik kon ze niet tegenhouden. Die collega raadde mij aan om naar de manager te stappen en mijn verhaal te doen. Dat heb ik gedaan. Alles. De zorgen, de frustratie en het beklemmende gevoel dat ik er alleen voor stond in mijn verantwoordelijkheid. Er werd geluisterd.
De gedragsdeskundige werd daarop aangesproken. Ze bood mij haar excuses aan en er werd eindelijk actie ondernomen. De medicatie van Jules werd aangepast. Niet om mij in het gelijk te stellen, maar omdat hij het nodig had.
Zorgen vraagt soms om opstaan
Achteraf besefte ik dat zorgen soms betekent dat je je stem moet verheffen, ook als dat tranen en boosheid kost. En dat vertrouwen niet alleen bestaat tussen cliënt en begeleider, maar ook iets is wat je soms moet beschermen tegen systemen die te traag zijn of niet luisteren.