Naar hoofdinhoud Naar footer

Wonder Labs

Hoe ziet de methode er op hoofdlijnen uit?

De methode Wonder Labs wordt ingezet voor het leren door en van ervaringsverhalen. Het gaat hierbij om de vraag hoe deelnemers ‘zijn’ of ‘staan’ in verhouding tot de ervaringen van de ander. Het elkaar ontmoeten in Wonder Labs leidt tot inzicht in elkaars opvattingen en gezamenlijke verwondering en vernieuwing. De methode is getest binnen de kinderpalliatieve zorg (zorg voor kinderen met een levensduurverkortende of levensbedreigende ziekte en hun gezinnen). De methode kan echter ook goed voor andere doelgroepen waar lastige thema’s en dilemma’s spelen worden gebruikt.

 Kernaspecten van werkplekleren

  • Leren van de praktijk (praktijkcasuïstiek, ervaringsdeskundigen).
  • Samen leren (collectief leren).

Wat is de doelstelling van de methode?

In de methode staat het leren over een fenomeen centraal. Dit is vertaald naar het onderzoeken van ervaringsverhalen, met het voelen, de emotie en de verwondering die daarbij komen kijken. Door met een socratische houding de ervaringen te onderzoeken, komt er zicht op wat er op het spel staat voor betrokkenen. Daardoor ontstaat geleidelijk meer verbinding. Hierdoor kan de samenwerking tussen professionals, studenten en ouders worden verbeterd. Het menszijn is belangrijk. Het gaat om het leren van de ander, van zijn/haar ervaringen en drijfveren. Hoe je ergens over oordeelt is niet van belang.

Doelen zijn:

  • Elkaar ontmoeten en samen leren van verbeeldingen (close looking) of teksten die ervaringen weergeven (close reading).
  • Leren van elkaars zienswijze en vragen.
  • Een betere kwaliteit van zorg en ondersteuning bereiken voor gezinnen die kinderpalliatieve zorg nodig hebben. De bijdrage van ouders zelf staat voorop in Wonder Labs. Hun ervaringsverhalen zijn het startpunt in het Wonder Lab.

Wat is het beoogde resultaat van de methode?

Het beoogde resultaat van de Wonder Labs is een lerende ervaring voor alle deelnemers.

Zorgverleners en ouders krijgen meer zicht op en gevoel voor het perspectief van de ander. Ook ervaren zij de waarde van goed luisteren en dieper contact maken met zichzelf en de ander. Dit leidt tot inzicht in het eigen handelen en in kwaliteit van zorgverlening en ondersteuning.

Hoe is de opzet van de methode?

Wonder Labs kennen vijf opeenvolgende fasen. Deze fasen worden ook wel ‘kamers’ genoemd. In elke kamer vinden verschillende korte gesprekken en werkvormen plaats. Voordat deelnemers de kamer ‘binnengaan’ maken ze kennis met elkaar.

  • Fase 1: de donkere kamer. De fase waarin de ‘storyteller’ openhartig zijn persoonlijke ervaringsverhaal vertelt.
  • Fase 2: de geheime kamer. De fase waarin de deelnemers dieper ingaan op het ervaringsverhaal, door het verkennen van de verschillende lagen hierin, bijvoorbeeld waarden, veronderstellingen en aannames.
  • Fase 3: de fase van verwondering. De fase waarin verbinding gezocht wordt met grotere verhalen, waardoor verwondering kan ontstaan.
  • Fase 4: de kamer van het hart. In deze fase gaan de deelnemers terug naar hun individuele invalshoek.
  • Fase 5: de daad. De fase waarin deelnemers bespreken hoe zij de praktijk gaan vernieuwen.

In het document Wonderlabs11 (download beschikbaar onderaan deze pagina) staat een uitgebreide beschrijving van elke kamer. Een Wonder Lab duurt ongeveer 2,5 tot 4 uur.

Hoe lang wordt methode al gebruikt?

De methode is ontwikkeld in Denemarken, door de Deense professor Finn Hansen. De methode is in Denemarken sinds circa 2010 gebruikt. In Nederland zijn de eerste Wonder Labs binnen de kinderpalliatieve zorg uitgevoerd in 2021. Daarnaast zijn er wel eens op kleine schaal andere Wonder Labs uitgevoerd.

Hoe vaak wordt methode gebruikt?

Op dit moment zijn er zo’n 10 Wonder Labs uitgevoerd; de methode wordt nog steeds doorontwikkeld. Zo werkt men nu aan een Wonder Lab light, dat 1,5 uur duurt. Daarnaast wordt gewerkt aan het goed beschrijven van de methode aan de hand van de ervaringen die worden opgedaan. De Wonder Labs worden op dit moment uitgevoerd binnen een Hogeschool in Nederland, samen met studenten, ouders en zorgprofessionals. Daarnaast is er een Wonder Lab geweest binnen het Netwerk Integrale Kindzorg en zijn er plannen voor vervolgbijeenkomsten. Binnen specifieke instellingen voor gehandicaptenzorg wordt de methode nog niet toegepast, maar dit zou wel goed mogelijk zijn. De Netwerken Integrale Kindzorg (NIK) hebben als doelstelling voor 2026 om de gehandicaptenzorg duurzaam in te bedden in de netwerken en om kennis en expertise op het gebied van kinderpalliatieve zorg te vergroten. Wonder Labs is per 2024 een van de gekozen methoden om dit doel te realiseren. Binnen het Nationaal Programma Palliatieve Zorg II (Kind & Jongere) heeft het Kenniscentrum de methode Wonder Labs meegenomen om de maatschappelijke bewustwording over kinderpalliatieve zorg te vergroten.

Bij welke doelgroep?

De methode Wonder Labs wordt ingezet voor ouders, broertjes en zusjes, begeleiders en (aankomend) zorgprofessionals die betrokken zijn bij zorg voor kinderen met een levensduurverkortende of levensbedreigende ziekte en hun gezinnen of bij kinderen met ernstige meervoudige beperkingen. De methode Wonder Labs kan echter ook goed voor andere doelgroepen waar lastige thema’s en dilemma’s spelen worden gebruikt. Hierbij kan het gaan om grote ethische dilemma’s rondom bijvoorbeeld wilsbekwaamheid en het levenseinde, maar ook om lastige vragen in meer alledaagse situaties. De methode zou bijvoorbeeld ook gebruikt kunnen worden om samen met een groep cliënten met een licht verstandelijke beperking, hun ouders en (aankomend) zorgprofessionals te spreken over onderwerpen als eigen regie, autonomie of religie.

De betrokkenheid van studenten (aankomend zorgprofessionals) is heel waardevol. Zij zijn vaak jong en kunnen zich nog niet altijd in het perspectief van ouders verplaatsen. Het is voor hen heel waardevol om de verhalen van ouders en broertjes en zusjes te horen. Zij realiseren zich na een Wonder Lab wat de impact van zorgen voor een ziek kind of een kind met ernstige meervoudige beperkingen kan zijn binnen een thuissituatie.

Wordt er geëvalueerd en wat komt daaruit?

Het samenwerken in Wonder Labs is afgeleid van ‘verwondering’. In de bijeenkomsten staat de houding van ‘zijn’ centraal: hoe ‘ben’ of ‘sta’ jij in verhouding tot de ander? De focus ligt op het onderzoeken wat deelnemers voelen bij een bepaald ervaringsverhaal. Samen verkennen de deelnemers wat zij hierover nog niet weten. Er ontstaat zo ruimte voor gezamenlijke verwondering en vernieuwing. In de Wonder Labs worden geen problemen opgelost. Het gaat uiteindelijk om de vraag: Wat ga je zelf morgen anders doen met de inzichten die je hebt opgedaan?

Er is inmiddels een praktijkgericht artikel geschreven over de vraag wat het leren door en van ervaringsverhalen in Wonder Labs teweegbrengt (Geuze et al., 2022)[1]. De eerste resultaten laten zien dat studenten Wonder Labs als heftig, mooi en emotioneel ervaren. Ze hebben ervaren hoe belangrijk betrokkenheid en doorvragen in het contact met ouders is. Daarnaast hebben zij ervaren dat het goed is om niet te snel aannames te doen en/of ergens een oordeel over te hebben. Ze vonden het krijgen van verschillende perspectieven op situaties interessant. Daarnaast was de wisselwerking tussen student, ouder en zorgverlener bijzonder om te zien. De studenten ervaarden meer inzicht in een situatie van een gezin door de verhalen.

Ouders hebben Wonder Labs als emotioneel, indringend maar vooral krachtig ervaren. De ouders gaven aan het mooi te vinden om te zien dat de studenten erachter kwamen dat professionals ouders kunnen helpen door zelf ook kwetsbaar en open te zijn. Ook versterkten het delen van beeld en andere vormen van input het vertrouwen. Hierdoor was het delen van persoonlijke verhalen gemakkelijker.

De professionals tenslotte hebben Wonder Labs als intens en bijzonder ervaren. Voor hen zit de kracht in het aanwezig zijn als persoon. Ook vinden zij het leerzaam om te merken dat iedereen een verschillende visie heeft op de situatie en dat er veel van elkaar geleerd kan worden. Wonder Labs dwingen de professional stil te staan bij een gebeurtenis en daar vervolgens op te reflecteren, om daarna de verbinding aan te gaan met de deelnemers. Daarnaast zijn er 20 verdiepende interviews gehouden met Wonder Lab-deelnemers. Deze resultaten worden momenteel beschreven ten behoeve van een wetenschappelijke publicatie.

Is gebruik gemaakt van wetenschappelijke onderbouwing, zo ja, welke?

De methode is ontwikkeld door de Deense professor Finn Hansen[2]. Het socratisch gesprekmodel ligt ten grondslag aan de methode.  

Met welke investeringen moeten organisaties rekening houden als ze de methode willen implementeren?

Om een Wonder Lab bijeenkomst plaats te laten vinden zijn nodig:

  • Een gespreksleider.
  • Een aantrekkelijke ruimte.
  • Tijd van de deelnemers.
  • Afhankelijk van de gekozen werkvorm: materiaal om te kunnen verbeelden, zoals knutsel/tekenmateriaal, fotokaarten, een boek of het vooraf bekijken van een documentaire.

Welke randvoorwaarden zijn te benoemen?

Het gesprek wordt geleid door een gespreksleider die een open en veilige sfeer kan creëren. De gespreksleider maakt gebruik van de socratische gesprekshouding. In het document Wonderlabs11 (onderaan deze pagina te downloaden) is hierover meer informatie te vinden. Daarnaast kan een Wonder Lab kwetsbaar zijn; het komt dichtbij. Sommige deelnemers worden erdoor overweldigd. Er kunnen achteraf emoties naar boven komen die de deelnemers niet verwacht hadden. Nazorg kan daarom belangrijk zijn. Ook vooraf moet goed uitgelegd worden wat de deelnemers kunnen verwachten. De rol van de gespreksleider is daarom erg belangrijk.

Welke praktische hulpmiddelen worden gebruikt?

In het document Wonderlabs11 (onderaan deze pagina te downloaden) staat een uitgebreide beschrijving van de Wonder Labs inclusief de kamers, werkwijze, tips voor de gespreksleider, voorbeelden van vragen en een draaiboek met daarin informatie over:

  • Samenstelling groep deelnemers.
  • Aanwijzen gespreksleider.
  • Keuze ervaringsverhaal.
  • Begroting.
  • Tijd, locatie en catering.
  • Kennismaking en keuze van methode (werkvormen).
  • Uitnodiging en PR.
  • Inloop, afloop en evaluatie.

Welke trainers/coaches/cursussen zijn beschikbaar?

Er is een draaiboek beschikbaar (zie onder 12). Er is nog geen pool van trainers/gespreksleiders. Echter, gedragstrainers/coaches zouden op basis van het beschikbare materiaal een Wonder Lab moeten kunnen organiseren en leiden.

Wat zijn voordelen van de methode?

De methode is gericht op het delen van ervaringen, niet op het komen tot oplossingen. Het gaat niet alleen om de ervaringen van de ouders, maar ook om de ervaringen van de andere deelnemers, zoals de (aankomend) zorgprofessionals. Door het delen van de ervaringen ontstaat verbinding en verbreding van inzichten. Dat wordt door alle betrokkenen als zeer waardevol ervaren.  

Wat zijn nadelen van de methode?

Feitelijk is geen sprake van echte nadelen. Wel kunnen sommige mensen het tijdsbeslag van een Wonder Lab (2,5 tot 4 uur) als nadeel ervaren. Op dit moment wordt een Wonder Lab light ontwikkeld.

Waar is men het meest trots op bij het toepassen van de methode?

Men is er trots op dat er verbinding ontstaat tussen de verschillende betrokkenen. De methode legt bloot dat we allemaal mensen zijn, met eigen emoties en eigen ervaringen. Daarnaast zijn de ontwikkelaars er trots op dat zij met elkaar deze methode hebben kunnen ontwikkelen en dat studenten daar ook een belangrijke rol bij spelen[3].

Wat zijn verbetermogelijkheden?

De methode is nog in ontwikkeling en wordt voortdurend verbeterd. Door de nieuwe lightversie kost de methode minder tijd. Daarnaast zou men graag werken aan een pool van gespreksleiders, ouders en professionals.

Wordt de methode ook elders toegepast? Op welke schaal?

In Nederland niet, wel in Denemarken in meerdere ziekenhuizen, kinderziekenhuizen en hospices.

Suggesties voor andere organisaties die aan de slag willen met deze methode

Organisaties zouden de Wonder Labs zelf op kunnen zetten. Het document Wonderlabs11 (onderaan deze pagina te downloaden) geeft hiervoor veel informatie.

Aanvullend materiaal (online beschikbaar)

Het document Wonderlabs11 is onderaan deze pagina te downloaden. 

Bronvermelding

https://onderwijsengezondheidszorg.nl/artikelen/2022/maart/editie-2/leren-door-en-van-ervaringsverhalen-in-wonder-labs

Prof. Finn Thorbjørn Hansen heeft diverse publicaties op zijn naam staan over verschillende vormen van wonder-based practices en workshops. Dit alles komt voort uit zijn onderzoeksunit genaamd 'Wonder Lab'.

Hansen, F. T. (2015). The call and practice of wonder: How to evoke a Socratic community of wonder in professional settings. In M. T. Weiss (Ed.), The Socratic Handbook: Dialogue Methods for Philosophical Practice (9th ed., pp. 217-244). LIT Publishing.

Hansen, F. T., & Jørgensen, L. B. (2020). A contribution to the ontology of the Fundamentals of Care framework from a wonder-based approach. Journal of Clinical Nursing, 29(11-12), 1797-1807.

Het artikel Leren door en van ervaringsverhalen in Wonder Labs is gekozen als beste OenG-artikel van 2022. Zie https://onderwijsengezondheidszorg.nl/artikelen/2022/maart/editie-2/leren-door-en-van-ervaringsverhalen-in-wonder-labs

Downloads

Laatst bijgewerkt op: 16-05-2024

Deel deze pagina via: