Kennisplein Gehandicaptensector gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren.
Ik ga akkoord met het plaatsen van cookies (inclusief tracking cookies).
Niet akkoord en lees meer
Home Nieuws Nieuws 2017 oktober In hoeverre gaan ondersteuningsplannen om de cliënt?

Ondersteuningsplan

In hoeverre gaan ondersteuningsplannen om de cliënt? // 26/10/2017

Marjolein Herps promoveert op 26 oktober aan de Maastricht University op ondersteuningsplannen in de gehandicaptenzorg. Zij heeft hier op drie manieren naar gekeken: beleid, praktijk en inhoud. Marjolein: ‘Een van de problemen is soms dat het ondersteuningsplan niet om de cliënt gaat, maar om de organisatie en de eisen die aan de organisatie gesteld worden.’

marjolein-herps-proefschrift-ondersteuningsplannen-gehandicaptenzorg

proefschrift-marjolein-herbs-ondersteuningsplannen-client

(Hoofdstuk 4 is momenteel weggelaten uit dit PDF)

Promoveren bestaat uit een aantal activiteiten: het doen van een onderzoek door een student, het schrijven van een onderzoeksverslag en het verdedigen daarvan voor een commissie van de universiteit. Op 26 oktober zal Marjolein Herps haar verslag verdedigen. In Nederland moeten organisaties van de overheid een ondersteuningsplan opstellen, zodat de zorg persoonsgerichter wordt. Het gaat dan om: wat zijn de wensen van een cliënt en wat heeft de cliënt nodig om een goed leven te leven? Marjolein: ‘Opvallend is dat het juist de eisen zijn die aan ondersteuningsplannen gesteld worden, die het persoonsgerichte werken in de weg staan. De eisen gaan dan meer om het ‘op dezelfde manier invullen’, terwijl elke cliënt uniek is en andere hulp nodig heeft.’

Praktijk

Harde eisen

In haar onderzoek heeft Marjolein zich vooral op de problemen gericht en naar alle organisaties gekeken die invloed hebben op het ondersteuningsplan. ‘Het Zorgkantoor, Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (VGN) en het Kwaliteitskader VGN hebben allemaal invloed omdat het voor hen een middel tot informatie is. Zo kunnen ze keuzes maken over hoeveel geld elke organisatie krijgt. Deze instanties gaan dan vervolgens eisen stellen. Bijvoorbeeld dat organisaties iets over ‘onderwerp X’ in het ondersteuningsplan moeten opnemen. Organisaties gaan dit dan altijd doen, ook al is elke cliënt anders en speelt er niet altijd een ‘probleem X’. Dit soort eisen zijn vaak hard. Als de organisatie ze niet opvolgt, zullen er gevolgen zijn. Bijvoorbeeld meer controle of minder geld. Hierdoor gaan organisaties aandacht geven aan de eisen, in plaats van wat voor cliënten werkt.’

Verschillende eisen

‘Een ander probleem is dat eisen per instantie verschillen en per jaar. Organisaties nemen daarmee het zekere voor het onzekere. Nieuwe eisen worden in het ondersteuningsplan opgenomen, maar oude eisen worden niet verwijderd. De ondersteuningsplannen worden hierdoor te uitgebreid en hebben zo voor niemand meer meerwaarde.’

De handtekening

Marjolein is begonnen met het onderzoek in 2011. Dit betekent dat bepaalde voorbeelden niet meer opgaan, omdat het inmiddels alweer anders gaat. Zo ook de jaarlijkse verplichte handtekening van de cliënt. Inmiddels vraagt het Zorgkantoor alleen om een nieuwe handtekening als de inhoud van het plan flink is veranderd. Toch wil Marjolein dit voorbeeld graag aanhalen, omdat het zo veelzeggend is. ‘Het Zorgkantoor heeft een tijdlang geëist dat er elk jaar een nieuwe handtekening van de cliënt onder het ondersteuningsplan moest staan. Daar werd dan op gecontroleerd. Wanneer er een ondersteuningsplan was met een handtekening ouder dan een jaar, kreeg de instelling minder geld. Instellingen gingen zich op die handtekening richten en daar beleid op maken. Of de cliënt daar nou wat aan had of niet.’

Cliënt

Multidisciplinair overleg

ondersteuningsplannen-delft-maastricht-gehandicaptenzorg-proefschriftDe keuzes die organisaties maken om te kunnen overleven, spelen dus niet altijd in op de wat cliënten nodig hebben. Marjolein vond dit dan ook het meest interessante om te onderzoeken. Dit heeft ze gedaan door 61 cliënten te interviewen van 23 verschillende instellingen. ‘Cliënten vinden het logisch dat er afspraken gemaakt moeten worden als ze in een instelling wonen. Maar eens in de zoveel tijd om de tafel moeten zitten met verschillende hulpverleners om te praten over ‘Hoe is het met je leven gegaan?’ en ‘Hoe gaan we nu verder?’ is een beetje gek. Als vrienden, de fysiotherapeut en huisarts dat met mij zouden doen, zou ik dat ook raar vinden. Je leeft gewoon je leven, dat ga je niet zo snel vertalen in doelen. Misschien wel af en toe, maar niet elk half jaar.’

Machtsverhouding

Marjolein heeft veel geleerd van de mensen met een beperking in haar onderzoeksteam over hoe ze het onderzoek goed kon uitvoeren. ‘Veel mensen met een beperking kunnen niet zo goed lezen. Doordat de interviewer dit wel kan, krijg je een ongelijke relatie en kunnen mensen onzeker raken. We leerden van de ervaringsdeskundige onderzoekers in ons team, dat het beter is om tijdens zo’n interview geen papieren te hebben. Hierdoor voelt het voor de cliënt gelijkwaardiger. Als een ondersteuningsplan in bijzijn van een cliënt wordt besproken, geldt dit nog sterker. Allemaal slimme mensen die goed kunnen lezen en schrijven. Dan voelt een cliënt zich gelijk klein en is het lastig om voor jezelf op te komen.’

Toegankelijkheid

‘Opvallend was verder dat ruim twee derde van de mensen niet direct toegang had tot het eigen plan. Het stond vaak op de computers van begeleiders en cliënten kregen geen begrijpelijke kopie. Ze mochten er wel bij, maar ze konden het vaak niet lezen omdat er moeilijke woorden instonden. Eén cliënt zei bijvoorbeeld: “De woorden zullen wel goed zijn, maar ik begrijp alles niet.” Terwijl aan het onderzoek de meest vaardige cliënten hebben meegedaan. Vaak was het ook te confronterend en rakelde het teveel op. Toen ik een vrouw ging interviewen over haar ondersteuningsplan, ging ze het een half uur van tevoren lezen. Opnieuw las ze over een traumatische ervaring. Ze was compleet overstuur toen wij kwamen.’

Inhoud

Verschil in omvang

marjolein-herps-proefschrift-gehandicaptenzorg-ondersteuningsplan‘We hebben aan acht organisaties gevraagd om ons plannen aan te leveren. In totaal kregen we er 209. Het viel ons op dat er een groot verschil was in omvang. Dit verschilde van 3 tot 76 pagina’s. De omvang had niets te maken te hebben met de cliënt of het soort problemen, maar met de afspraken binnen de organisatie. In sommige plannen stonden helemaal geen doelen, alleen maar tekst. Soms ging het dan ook nog om hele oude informatie. In één plan stond vermeld dat de cliënt in 1976 van de trap was gevallen en iets gebroken had.’

Vooral doelen op lichamelijk welbevinden

‘Verder hebben we gekeken naar de doelen. Deze zijn gericht op een verbeterde kwaliteit van bestaan en worden opgesplitst in acht domeinen. Opvallend is dat de doelen vooral gericht waren op lichamelijk welbevinden, terwijl in de gehandicaptensector juist aandacht wordt besteed aan emotioneel welbevinden en deelname aan de maatschappij. Toch zagen we daar veel minder doelen op.’

Seksualiteit

‘Mensen met een beperking lopen meer risico op negatieve, seksuele ervaringen. Tegelijkertijd hebben ze ook seksuele rechten. Daarom is het belangrijk dat daar aandacht aan wordt besteed in de ondersteuning. In 85 % van de plannen kwam ‘seksualiteit’ aan bod. Dit was verrassend, omdat we uit ander onderzoek weten dat seksualiteit een moeilijk te bespreken onderwerp kan zijn. Alleen ging nog geen 1 % van de doelen over seksualiteit. Het waren vooral beschrijvingen, waar in het plan vervolgens niets mee gebeurde. In geval van seksueel misbruik, kan emotionele verwerking een doel zijn, of om goed op te letten in bepaalde situaties. Ook seksuele voorlichting zie je amper terug. Dit is toch wel een belangrijk aandachtspunt.’ 

Hoe nu verder?

Positief voorbeeld

Voor het vervolg heeft Marjolein een aantal voorstellen gedaan. Daarnaast wil ze ook graag een positief voorbeeld noemen van een organisatie die besloot het anders aan te pakken. ‘Daar hadden cliënten allemaal een eigen map die ze zelf uit de kast konden trekken. De informatie was goed te begrijpen door bijvoorbeeld plaatjes en tabbladen. Eén vrouw was zo trots dat ze met haar ondersteuningsplan op de foto wilde. Een andere cliënt vertelde: “Eerst vond ik dat plan helemaal niet leuk, maar nu gaat het echt over mij.”

Vilans

Marjolein is blij dat onder meer Vilans aan het onderzoek heeft meebetaald. ‘Wij weten als geen ander hoe kennis toe te passen en worden goed gevonden door zorgorganisaties. Ook weten we hoe we iedereen kunnen bereiken, van cliënt tot raad van bestuur. Als je wil dat ondersteuningsplannen verbeteren, dan moet je iedereen betrekken die ermee te maken heeft. Daarbij is het belangrijk dat instellingen niet naar een ander wijzen, maar zelf de verantwoordelijkheid nemen.’

Lees ook:

 

JOUW REACTIE
Wil je een link invoegen in de tekst? Zet de link tussen vierkante haken: [www.kennispleingehandicaptensector.nl]





Op de hoogte blijven?

Abonneer je gratis op de tweewekelijkse nieuwsbrief van het Kennisplein Gehandicaptensector

Meer over Interview