Toon zoekbalkToon menu

“Mijn beperking wordt niet minder, maar technologie veraangenaamt mijn leven enorm.”

De les van InteraktContour: neem de tijd voor implementatie van zorgtechnologie
 
“Technologie betekent een enorme vooruitgang voor mij”, vertelt Tonnie Bieleman. “Er hoeft niet steeds iemand te komen helpen." Tonnie Bieleman heeft niet aangeboren hersenletsel en is 24/7 afhankelijk van zorg. In woonlocatie de Klokkenbelt van InteraktContour vond hij dankzij technologie zijn zelfstandigheid voor een deel terug. Dat ging overigens niet vanzelf. De implementatie van de hulpmiddelen had heel wat voeten in de aarde, vertelt projectleider Nina Huijboom. “We hadden veel aandacht besteed aan het voortraject, maar leerden dat nazorg minstens zoveel aandacht behoeft.”
De Klokkenbelt is een woonlocatie van InteraktContour, een organisatie die zorg en ondersteuning biedt aan mensen met niet aangeboren hersenletsel. Het voormalige verzorgingshuis in Almelo is helemaal gerenoveerd en opnieuw ingericht. Daarbij is grootschalig ingezet op technologie. “We hadden daarbij drie doelstellingen”, vertelt Nina Huijboom. “De zelfredzaamheid van cliënten vergroten, de cliëntveiligheid verhogen en tijdswinst voor de medewerkers.”
 
Daarmee begon een intensief voortraject. “In de allereerste fase heb ik diensten meegedraaid op de oude locaties om alle zorg in kaart te brengen”, aldus Nina. “Vervolgens heb ik met cliënten en medewerkers besproken hoe we kunnen bijdragen aan de doelstellingen. Op basis van hun input hebben we een selectie gemaakt van 21 hulpmiddelen: domotica waarmee cliënten zelf handelingen kunnen uitvoeren in de woning, en een zorgoproepsysteem waarmee elke cliënt gepersonaliseerde oproepknoppen heeft. Daardoor hebben medewerkers meer zicht op de inhoud van binnenkomende vragen.”
“Op basis van de input van cliënten en medewerkers hebben we een selectie gemaakt van 21 hulpmiddelen.”

In gesprek met alle bewoners en rondleidingen op afstand

InteraktContour wilde niet zomaar alle technologie aanbieden aan de cliënten. “Iedere cliënt heeft andere behoeften en mogelijkheden”, aldus Nina. “Daarom zijn we met alle cliënten die in de vernieuwde Klokkenbelt zouden gaan wonen in gesprek gegaan. Het was in 2020, het coronajaar, dus we konden niet met cliënten op locatie gaan kijken. Daarom hebben we rondleidingen op afstand gedaan. Ik was in de nieuwbouw met een robot op wieltjes. De cliënt kon op afstand de robot besturen. Dan kon hij bijvoorbeeld zelf in de badkamer gaan kijken.”

Ga ook aan de slag!

De Innovatie-Route ondersteunt je bij het implementatieproces door het beschrijven van fases, etappes en hulpmiddelen. De Innovatie-Route is gebaseerd op onderzoeksinformatie en kennis uit de praktijk.

Bekijk de Innovatie-Route


Ook Tonnie kreeg zo’n rondleiding op afstand. Tonnie heeft twee herseninfarcten gehad. “Mijn linkerarm is verlamd, mijn linkerbeen kan ik moeilijk gebruiken, mijn tijdsbesef en kortetermijngeheugen zijn weg en ik heb een heel laag energiepeil. Thuis wonen ging niet meer en ik was blij dat ik een plek kon krijgen in de Klokkenbelt. Voor ik erheen verhuisde, heb ik met Nina alles doorgesproken: verlichting, gordijnen, de deur openen, douchen, afdrogen, noem maar op. Ze vroeg me: ‘Waar loop je tegenaan?’ Dat vond ik een geweldige vraag. Ik antwoordde: ‘Ik vergeet veel.’ Nina begreep dat ik niet zat te wachten op een robot die zorg verleent, maar wel op dingen die mij zelfstandiger maken en het leven makkelijker.”

Inzoomen op behoeften

Nina vroeg Tonnie bij welke dingen hij hulp nodig heeft en wat hij graag zelf wil doen. “Bij die vragen zaten de technologische hulpmiddelen wel in mijn achterhoofd, maar ze waren niet het uitgangspunt”, vertelt Nina. “We wilden niet een menukaart van hulpmiddelen voorleggen, maar kijken waar een cliënt echt behoefte aan heeft. Vervolgens gingen we inzoomen en dan pas kwam de technologie ter sprake. Tonnie wilde bijvoorbeeld graag weer zelfstandig douchen. Hierbij helpt een doucheföhn. Nu kan hij zelfstandig douchen en zich afdrogen en heeft hij alleen bij het aankleden hulp nodig.” “Ik kan rustig mijn ding doen en hoef niet op te schieten, omdat er iemand staat te wachten die naar de volgende bewoner moet”, aldus Tonnie.
 
Nina had na de gesprekken het idee dat het grootste deel van het werk er wel op zat. “Ik dacht: we gaan de hulpmiddelen aanschaffen en installeren. We geven een maandlang trainingen en dan kan ik door naar het volgende project. Dat viel flink tegen, iedere keer dat ik langsging bij de Klokkenbelt werd ik gebombardeerd met vragen. Ik kon daar echt niet weg. Ik zat met de handen in het haar. Toen heb ik met een adviseur van de Innovatie-impuls een implementatieplan opgesteld. Ik heb voor elk van de vijf teams op de Klokkenbelt drie weken uitgetrokken om de technologie te implementeren in de zorg. Tijd nemen voor implementatie was de grootste les uit de Innovatie-impuls. Ik ben nu met alle technologieprojecten bewuster daarmee bezig.”

“Tijd nemen voor implementatie was de grootst les uit de Innovatie-impuls.”

700 oproepen per maand minder

Na de implementatieperiode heeft Nina onderzoek gedaan, samen met de adviseur van de Innovatie-impuls. “We hebben verschillende meetmoment gepakt: voordat de cliënten naar de nieuwe locatie gingen, toen ze net verhuisd waren en na de implementatieperiode. We hebben gekeken: zien we veranderingen in het aantal oproepen en geplande zorgmomenten? We zagen echt een sterke afname in aantal oproepen. Bij de groep van dertien cliënten waarvan we data hadden, waren er in één maand 700 oproepen minder ten opzichte van dezelfde maand een jaar eerder. Voorheen kreeg ik nog wel eens kritische vragen: Wat brengt een gordijnopener nou aan tijdswinst? Nu kan ik – behalve met de verhalen van cliënten – ook met cijfers aantonen wat de toegevoegde waarde is van technologie. Dat helpt bij de start van andere technologieprojecten.”

Ook het oproepsysteem van BproCare zorgt voor zowel tijdwinst als grotere zelfredzaamheid. “Cliënten hebben een tablet waarop ze kunnen aangeven waar ze hulp bij nodig hebben. Zo komt niet iedere druk op de knop als alarm binnen, maar als hulp bij douchen, toiletgang of helpen bij de was. Medewerkers kunnen daardoor veel beter hun werk indelen. En ook hier hebben we extra tijd besteed aan de implementatie. Cliënten waren zo gewend om gewoon op de alarmknop te drukken en nu moesten ze de tablet pakken. Daarvoor hebben we eerst samen gekeken: Welke hulpvragen stel jij zoal en welke hulp heb je dan nodig? Zo konden we oproepknoppen op maat maken. Vervolgens hebben we veel samen met cliënten geoefend en medewerkers daarin meegenomen. De nazorg kreeg net zo veel aandacht als het voortraject.”

Lichamelijk beter

Tijdwinst dus en herwonnen zelfstandigheid. Daarnaast helpt de zorgtechnologie Tonnie ook zich lichamelijk beter te voelen. “Ik heb veel verkramping in mijn arm en been”, aldus Tonnie. “Het is fijn om daar de warmte van de doucheföhn op te hebben en dat rustig en relaxed te kunnen doen, zonder me opgejaagd te voelen. Verder spaar ik energie door de technologie. Als ik de lampen aan wilde zetten, moest ik eerst beugels om mijn linkerbeen en schoenen aan doen. Nu kan ik lampen via Google Home bedienen. Mijn beperking wordt niet minder, maar deze technologie veraangenaamt mijn leven enorm. Ik kan een deel van mijn waardigheid weer terugpakken.”

Ga naar de innovatieroute    

Reageer op deze pagina

Wil je reageren op het Kennisplein Gehandicaptensector? Lees dan eerst de spelregels door.