Naar hoofdinhoud Naar footer

Medische begeleiding van volwassenen met downsyndroom

Laatst bijgewerkt op: 17-03-2026

De richtlijn Medische begeleiding van volwassenen met downsyndroom biedt zorgprofessionals handvatten om goede, passende en onderbouwde zorg te leveren aan volwassenen met downsyndroom. De richtlijn is multidisciplinair ontwikkeld en gebaseerd op wetenschappelijke kennis en praktijkervaring.

In het kort

Type interventie

Richtlijn

Voor wie

Artsen VG, Begeleiders, Naasten

Cliëntgroep

Verstandelijke beperking, Volwassenen

Sector

Gehandicaptenzorg

Soort kennis

Praktijk

Ontwikkelaar

Het doel van de multidisciplinaire medische richtlijn is het geven van aanbevelingen voor de begeleiding van volwassenen met downsyndroom. De richtlijn richt zich vooral op belangrijke thema’s zoals:

  • veroudering
  • dementie
  • depressie
  • organisatie van zorg

Het is de eerste richtlijn die specifiek gericht is op volwassenen met downsyndroom.

Je gebruikt deze richtlijn wanneer je betrokken bent bij de medische zorg of begeleiding van een volwassene met downsyndroom, bijvoorbeeld bij:

  • signaleren van gezondheidsproblemen;
  • diagnostiek bij bijvoorbeeld dementie of depressie;
  • opstellen van behandel- of begeleidingsplannen;
  • coördinatie van zorg.

Lees de hoofdstukken uit de richtlijn goed door, die antwoord geven op jouw hulpvraag. Ook kun je de hulpmiddelen downloaden, zoals de samenvattingskaart of de informatie voor cliënten en naasten.

Om de richtlijn goed toe te passen heb je het volgende nodig:

  • basiskennis van downsyndroom en bijkomende gezondheidsproblemen;
  • vaardigheden in klinisch redeneren;
  • samenwerking met andere disciplines;
  • afstemming met cliënt en naasten.

De richtlijn is tot stand gekomen door de inzet van een kerngroep en een bredere schrijfgroep. Deze kerngroep bestond uit vertegenwoordigers van de NVAVG, Stichting Downsyndroom (SDS), de NVO, de Nederlandse Vereniging voor Neurologie (NVN), de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP) en V&VN. Daarnaast hebben enkele deskundigen op persoonlijke titel bijgedragen aan de schrijfgroep.