Kennisplein Gehandicaptensector gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren.
Ik ga akkoord met het plaatsen van cookies (inclusief tracking cookies).
Niet akkoord en lees meer
Home Thema's Inclusie Onderzoek Samen verder kijken

Inclusie

Uitgelicht

Voor op de werkvloer

Voor de organisatie

Leren

Praktijkverhalen

Cijfers en feiten

Onderzoek

Inclusie

Samen verder kijken

In een inclusieve buurt voelen ook mensen met een verstandelijke beperking zich thuis. Wat maakt dat mensen met een beperking erbij horen in hun eigen buurt? Wat kunnen buurtbewoners en begeleiders doen om inclusie te vergroten? Tessa Overmars-Marx onderzocht deze vragen en is gepromoveerd op haar onderzoek over inclusie in de buurt.
>

proefschrift-sociale-inclusie-verstandelijke-beperking

Inclusie in de buurt

Tessa: ‘Nadat ik me lange tijd bij een kennisinstituut met inclusie bezighield, ben ik in 2014 overgestapt naar de Vrije Universiteit. Daar startte ik met mijn promotieonderzoek naar inclusie in de buurt’. In het onderzoek van Tessa spelen drie groepen mensen een belangrijke rol. ‘Mensen met een verstandelijke beperking die in een woonvorm wonen, hun begeleiders en de buurtbewoners. Zij hebben alle drie hun eigen ideeën over inclusie’, legt Tessa uit. ‘Het is goed de drie verschillende perspectieven in kaart te brengen en vanuit daar verder te werken aan het optimaliseren van inclusie in de buurt.’

Kleine dingen

Iedereen hecht waarde aan (h)erkenning op straat. Denk aan even zwaaien naar de overbuurman, of een praatje maken met de bakker. ‘Dat geldt voor buurtbewoners net zo goed als voor mensen met een beperking’, stelt Tessa. ‘In sommige buurten doen mensen met een beperking vrijwilligerswerk of kleine klusjes voor lokale ondernemers of buren. Zo brengen ze het glas weg of helpen in een café. Meer dan dat hebben mensen met een beperking vaak niet nodig om het gevoel te hebben erbij te horen. Buurtbewoners en begeleiders onderkennen het belang van die kleine dingen, maar deze kleine dingen zijn nog niet voor iedereen werkelijkheid.’

Waar een wil is…

‘Buurtbewoners geven bijvoorbeeld aan open te staan voor contact met mensen met een beperking’, legt Tessa uit. ‘Tegelijkertijd zijn ze bang voor claimend gedrag of een verplichte vorm van contact, waardoor ze niet ‘te ver’ willen gaan. Verder vinden buurtbewoners dat de institutionele context van een woongroep niet uitnodigend werkt. Zo lopen mensen met een beperking vaak in groepen langs, zijn de begeleiders continu aanwezig en maakt de uitstraling van de woonvorm het niet makkelijk om contact te leggen. Begeleiders in de woonvormen ervaren belemmeringen om te werken aan sociale inclusie. Ze zijn bang dat mensen met een beperking worden teleurgesteld of dat ze ongewilde risico’s lopen in de buurt (bijvoorbeeld als het gaat om alcoholmisbruik). Deze ideeën gaan gepaard met een veelal zorgende rol die begeleiders op zich nemen. Daarnaast voelen ze zich vaak weinig gesteund door de organisatie waarvoor ze werken, hebben tijdgebrek en vinden het moeilijk om activiteiten in de buurt te ontplooien. Maar waar een wil is, is een weg!’

Tips voor de buurt

Het proefschrift bevat ook praktische tips voor zorgorganisaties en andere betrokkenen bij inclusie in de buurt. ‘Ik vind het belangrijk om mijn onderzoek te vertalen naar de praktijk en hoop dat mijn bevindingen een verschil kunnen maken in het leven van mensen met een beperking, hun buurtbewoners en begeleiders.’ Alvast een tipje van de sluier uit Tessa’s handreiking: ‘Tip 1: denk klein en formuleer concrete doelen. Het liefst samen met de buurtbewoners. Daarnaast helpt het om een netwerkanalyse te maken van de buurt (tip 2). Breng in kaart wie er wonen, wie de spilfiguren zijn en blijf op de hoogte van buurtactiviteiten. Als zorgorganisaties hiervoor tijd vrijmaken, kunnen begeleiders samen met de buurtbewoners inclusie in de buurt vergroten.’

Meer informatie:

JOUW REACTIE
Wil je een link invoegen in de tekst? Zet de link tussen vierkante haken: [www.kennispleingehandicaptensector.nl]