Toon zoekbalkToon menu

Nachtzorg

Column: Gek

“Wil je misschien ook een hijs?” Ze reikte me een grote, dikke kegelvormige sigaret aan. Het leek een volkomen oprechte vraag met volkomen oprechte bedoeling, maar ik sloeg toch maar af bij het zien van deze indrukwekkende peuk. “Nee, dank je”. “Oh dat mag je natuurlijk niet onder werktijd, hè”.
Ook dat niet, maar ik ben sowieso niet van het roken, legde ik uit. “Hmm,” gniffelde ze, “iedere gek zijn gebrek”. Om vervolgens verschrikt naar me op te kijken: “Nee hoor, je bent niet gek! Moet ík zeggen hee! Als er één gek is, nou ja dat ik dát zo zeg! Raar mens ben ik, alles floept er altijd maar uit.” De woorden bleven komen. “Ik heb zelfs net weer nieuwe pillen. Dus wat zit ik nou te zeggen dat jíj gek bent!” En uiteindelijk “Sorry hoor”. In haar blik zag ik schrik, bezorgdheid en schuld. Daarna pauze. Haar woorden hingen, dik als rook van haar joint, in de kamer. Ik keek naar haar. Ze was de dertig net voorbij. Een pezige dame, met diepe groeven in haar gezicht. Een landkaart van de gelopen paden in haar leven.
Slaap-deskundige Sylvia Loos, adviseur zorg en ondersteuning bij Sherpa, schrijft in haar columns over slapen en nachtzorg. Sylvia is daarnaast expert binnen de Innovatie-impuls op het thema Lekker Slapen.
Ik was als externe consulent bij haar gevraagd door de gedragsdeskundige van de organisatie waar zij woonde. Men maakte zich grote zorgen om haar omdat ze steeds verwarder was geworden. Zo sprak ze over stemmen in de ochtend, was ze angstig en schrikachtig. Steeds vaker ontvingen mensen midden in de nacht appjes of mails van haar met onsamenhangende teksten. Overdag was ze moe en ze ging niet meer naar haar werk. Dat laatste vond ze zelf heel erg. Eindelijk, na jaren op straat te hebben geleefd, had ze een leuke baan waar ze kon floreren en waar men haar graag zag. Het gaf haar niet enkel een inkomen en daardoor een dak boven haar hoofd, maar ook bestaansrecht als mens, vertelde ze zelf altijd. Ze had een fijn pad gevonden in het leven en koesterde dit. Des te schrijnender was het dat dit leven haar nu langzaam door de vingers leek te glippen.

Hallucinaties

Haar gedrag gaf de omgeving aanleiding om te denken aan psychiatrische aandoeningen, waarna uiteindelijk een psychiater werd ingeroepen. Ze sliep inmiddels hele nachten niet meer en rookte veel wiet. Overdag was ze vaker niet dan wel aangekleed. Ze praatte hard tegen denkbeeldige personen in haar kamer. Ze schold hen uit of lag huilend met haar handen over haar oren.
En ze rookte. “Wiet is mijn vriend” zei ze. “Anti-monster shit! Ha, vuile ratten, bang voor een Jonko hè! Jullie stinken zelf harder!” Zo sprak ze nachtenlang haar monsters toe. Begeleiders hadden haar ziek gemeld op haar werk. Ze probeerden tijd te winnen in de hoop op herstel zodat ze haar baan kon behouden. Het herstel bleef vooralsnog uit. De tijd begon te dringen.
 
Testen werden gedaan, behandelingen uitgezet. De nieuwe medicijnen leken wel iets verlichting te geven, maar slapen deed ze nog steeds niet. Aan de mensen om haar heen vertelde ze over de monsters in haar kamer die kwamen als ze sliep. Dan zaten ze op haar als ze wakker werd, hielden haar armen en benen vast zodat ze niet kon bewegen. Een hand over haar mond zodat ze niet om hulp kon roepen. Ze stonken. Ze gilden. Ze flitsten om haar heen. Haar angst en afgrijzen voor deze wezens was enorm. Slapen was geen optie. Hallucinaties, had de psychiater gezegd. Ze kreeg antipsychotica en therapie. Dit leek soms wat te helpen, maar tot op heden had het niet de omslag gebracht waar iedereen, vooral zij, op hoopte. Dit was het moment dat de gedragsdeskundige de nacht benoemde; wat gebeurde dáár nu eigenlijk?
 
En zo zat ik dus nu bij haar in haar huiskamer. De gordijnen waren van de muur af getrokken. Alle lampen waren aan. Overal lagen etensresten. Niemand mocht eraan komen. Zo hield ze grip en zaaide ze bovenal verwarring voor de monsters. Ze oogde somber. Haar ogen wijd open en ze keek me steeds kort aan. En ze rookte wiet. Ik ging bij het raam staan. Een beetje ademruimte voor beiden.
“Vertel eens”, zei ik. En ze vertelde. Over monster en demonen, haar onmacht en de horror. Haar groeiende ‘gekte’. “En nu durf ik dus echt niet meer te slapen”. Haar ogen donker; achter die blik de angst. “Dat snap ik” zei ik. “En dat hoeft ook niet op deze manier”. Verbazing. “Maar ze zeiden dat jij van de slaap was. En dat jij me zou zeggen dat ik een probleem heb als ik niet slaap?”
“Ja dat klopt, maar jij hebt geen sláápprobleem. Jij hebt een monster-probleem”. De verbaasde blik op haar gezicht was bijna lachwekkend. “Of heb ik het fout?”. Nee dat had ik niet zei ze. Maar dacht ik dan óók dat er monsters waren? Iedereen zei dat het hallucinaties waren. Zag ik ze ook?
“Nee ik zie ze niet, maar ik wil wel wat over ze weten. Wat doen ze, hoe voelt het?”. En ze vertelde.
Ik vroeg haar of dit ineens begonnen was. Ze dacht van wel, ze had het in ieder geval nog niet eerder gehad. Is er voordat dit gebeurde, iets ergs gebeurt? Een voorval. Een ongeluk? Nee, dat kon ze zich niet herinneren. Maar ik kende dit soort monsters. Ze slopen door kieren en gaten van het geheugen als ze de kans zagen. Toen ze onrustiger werd, spraken we af dat het voor nu even voldoende was. Ik zou later terug komen. Zij zou nog even nadenken over dat ‘iets’.

Stap voor stap

Na twee weken zagen we elkaar weer. “Ik weet het denk ik”. De hoop straalde van haar af.
“Ik had Bertje gezien in de supermarkt. Hij zag mij niet. Bertje is mijn neef. Lief jong. Maar zijn vader...” Een verleden van trauma’s, angst en pijn. Ze was geschrokken van Bertje. Hij leek zo op zijn pa. Daarna was ze snel gaan afrekenen. Ze had er verder niet meer over nagedacht. Brrrrr.
Een paar dagen na deze ontmoeting had ze een nare droom. Het korstje van een oude wond was open gepulkt. En langzaam sijpelden de herinneringen haar onbewuste in en groeiden uit tot de monsters van nu. De droom vergat ze, maar de monsters hadden haar al gevonden.
 
De wetenschappelijke naam voor wat haar in de nacht overkwam is slaapparalyse of slaapverlamming. Het is een slaapstoornis die het leven van mensen flink kan ontregelen. In de REM(droom)-fase van onze slaap, daar waar we het meest dromen, zijn onze spieren uitgeschakeld. Dat is maar goed ook, want anders zou de kans kunnen bestaan dat we onze dromen uit gaan voeren. Als je wakker wordt uit de REM-fase kun je alles weer bewegen. Dat laatste gebeurt bij mensen met een slaapverlamming pas later. Ze zijn wakker, maar ook weer niet. Hun brein zweeft tussen dromen en waken in: wakker zijn terwijl je droomt, maar je lichaam niet kunnen bewegen.
Een trauma erbij. Mensen horen, ruiken, proeven, zien en voelen veel sensaties op dit moment. En bijna altijd zijn deze zeer angstaanjagend. De trigger is vaak een periode van (hoge en langdurige) stress, pittige life events of een trauma dat weer even aangeraakt wordt. Een signaal van ons brein dat er werk aan de winkel is. Op monsterjacht.
 
Het benoemen van wat haar overkwam, de link met het ontmoeten van Bertje, de troost dat anderen dit ook konden hebben én het feit dat er iets aan gedaan kon worden. Het was voldoende om de volgende stap te zetten. Moeilijke stappen, maar ze nam ze. En stap voor stap verdwenen de monsters en keerde de slaap terug.
Ze is ruim anderhalf jaar ziekgemeld geweest. Ze heeft haar baan en huisje nog. Na een laatste meting vertelde ik dat we ‘klaar’ waren. Dat vond ze blijkbaar zelf ook, want ze had een kaartje voor me klaar liggen. Met een guitige blik werd deze plechtig overhandigd. Er stond een monster op.
Uit zijn mond hing een door haar getekende joint. Boven zijn hoofd had ze een tekstwolkje gemaakt”
‘Waar de gekte waart, kan de slaap niet komen.’ Dappere wijze dame. Ik slikte een brok weg.

Heling

Gedrag wat we niet zonder meer kunnen verklaren. Het komt maar al te vaak voor. We proberen van alles om te achterhalen wat de aanleiding of oorzaak zou kunnen zijn. En als er dan geen aanwijsbare reden lijkt te bestaan, wordt ons denken en de zoektocht steeds complexer. Soms echter ligt de oorzaak letterlijk in het donker.
Gebrek aan slaap doet veel met het brein. Het ontregelt, verwart en maakt opstandig. Een overprikkelt brein maakt rare sprongen. Bij deze vrouw was het een specifieke en vrij zeldzame slaapstoornis die haar slaap en leven ontregelde. In haar geval was dit vooral zo tijdens het ontwaken. Ze had de zogenaamde hypnopompe hallucinaties als onderdeel van een slaapverlamming (slaapparalyse). En deze hallucinaties leken levensecht en zorgden voor angst om te gaan slapen. Ze kwam in de neerwaartse spiraal die niet-slapen met zich meebrengt.
De vlucht in wiet of andere verslavende middelen maakt het vaak eerder slechter dan beter, maar geeft tijdelijke afvlakking van het gevoel. Voor de mevrouw uit dit verhaal bleek EMDR een belangrijk middel om trauma (oud en nieuw) te verwerken. De psychiater bleef nauw betrokken en was zich door haar meer bewust geworden van de impact van de slaap of het gebrek hieraan. Haar ervaring kleurde nu ook zijn blik. Zo bracht haar slaapstoornis inzicht en heling aan zowel zichzelf als anderen.

Reageer op deze pagina

JOUW REACTIE
Wil je een link invoegen in de tekst? Zet de link tussen vierkante haken: [www.kennispleingehandicaptensector.nl]





Cookies op de website van Kennisplein Gehandicaptensector

Kennisplein Gehandicaptensector gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren.
Ik ga akkoord met het plaatsen van cookies (inclusief tracking cookies).
Niet akkoord en lees meer