Naar hoofdinhoud Naar footer

Deel deze pagina via:

Stel je vraag aan

Dementie herkennen bij cliënten met een (Z)EV(M)B: het ‘kleine kijken’ is belangrijk

Gepubliceerd op: 23-03-2026

Herkent jouw cliënt met een (zeer) ernstige verstandelijke (en meervoudige) beperking ((Z)EV(M)B) zijn beker niet meer? Is hij angstig? Of steekt hij bij het aankleden zijn arm niet meer door het armsgat? Het kunnen signalen van dementie zijn. Alain Dekker, hoofd van de afdeling Praktijkgericht Wetenschappelijk Onderzoek bij Alliade, en Maureen Wissing, promovenda bij de Hanze, geven tips hoe je dementie kunt herkennen. Deze tips komen voort uit onderzoek naar symptomen van dementie bij mensen met (Z)EV(M)B.

1. Ken de cliënt

‘Om dementie te kunnen herkennen, moet je goed in beeld hebben hoe een cliënt met (Z)EV(M)B functioneert’, zegt Maureen. ‘Want je ziet bij deze cliënten geen enorme terugval. Dat komt doordat ze in de basis al beperkter zijn dan cliënten met een lichtere beperking. Het gaat om heel subtiele veranderingen. En die vallen alleen op als je je cliënt heel goed kent.’ Of zoals een van de begeleiders die de onderzoekers spraken het zegt: ‘Bij deze doelgroep is “het kleine kijken” belangrijk’.

2. Wees attent op kleine gedragsveranderingen

Op wat voor signalen moeten begeleiders en familieleden dan letten? Maureen: ‘Angstig gedrag is het meest opvallend. Maar het kunnen ook kleine veranderingen tijdens de verzorgingsmomenten zijn. Denk aan een cliënt die altijd zelf zijn beker naar zijn mond brengt en dat niet meer kan. Of de cliënt herkent zijn eigen beker niet meer. Het kan ook gebeuren dat het kleine beetje taal dat sommige cliënten beheersen achteruitgaat. Of dat een cliënt die altijd zelf zijn arm door het armsgat doet bij het aankleden die beweging niet meer maakt.’ 

Lastig is dat begeleiders en familieleden vaak ongemerkt ‘meegroeien’ met de achteruitgang van de cliënt. Zeker bij cliënten met ernstige of zeer ernstige beperkingen, omdat bij hen de verschillen klein zijn. ‘Daarom is het heel belangrijk dat begeleiders wéten dat ze naar dit soort veranderingen moeten kijken. Dat is nu nog niet altijd het geval.’ 

Voorbeelden van signalen van dementie bij mensen met (Z)EV(M)B  

Let goed op als je de volgende voorbeelden of signalen waarneemt. Dit kunnen tekenen van dementie zijn:

  • Kleine veranderingen tijdens de verzorgings- en eet- en drinkmomenten, zoals:
    • de cliënt kan zijn arm niet meer door het armsgat steken;
    • de cliënt kan zijn beker niet meer naar de mond brengen;
    • de cliënt herkent zijn eigen beker niet meer.
  • Gedragsveranderingen, zoals:
    • de cliënt is vaker angstig, raakt sneller in paniek;
    • de cliënt is vaker boos de cliënt is vaker ‘s nachts wakker.
  • Bij cliënten die (een beetje) talig zijn: het taalgebruik gaat achteruit.
  • Bij cliënten die (een beetje) mobiel zijn: het lopen gaat achteruit.

3. Sluit andere oorzaken uit

De signalen zijn overigens niet altijd een uiting van dementie, waarschuwt Alain. ‘De diagnose dementie krijg je pas als je andere oorzaken van dementieachtige symptomen uitsluit. Een signaal of een niet-pluisgevoel bij een begeleider of een familielid is de start van een heel traject. Daar kan dementie uitkomen, maar dat hoeft niet. Het signaal kan ook een uiting zijn van een andere aandoening, zoals depressie of een schildklierprobleem, of van pijn. Het kan ook een signaal zijn dat medicatie niet goed is ingesteld of dat de omstandigheden op de groep niet optimaal zijn.’

4. Begrijp waar het gedrag vandaan komt

Als aan het eind van het traject toch duidelijk wordt dat het dementie is, kunnen begeleiders en familieleden dit een plek geven. Ook kan de behandeling en begeleiding daarop afgestemd worden. ‘Dat is heel belangrijk’, aldus Alain. ‘Want je wilt goede keuzes maken voor een cliënt. En je wilt begrijpen waar het gedrag vandaan komt. Het scheelt enorm als je weet dat de cliënt niet gewoon de kont tegen de krib gooit, maar dementie heeft.’

5. Doe regelmatig een meting  

Begin met een meting die laat zien hoe het nu gaat met een cliënt. Dus voordat die persoon achteruitgaat. Maureen: ‘Het is belangrijk dat een begeleider een cliënt goed kent om veranderingen te kunnen zien. Wat kenmerkt iemand? Hoe functioneert die persoon? Bij een meting vult een gedragskundige samen met begeleiders en/of naasten een screeningslijst in. Zo kun je meten of er veranderingen of klachten van dementie zijn. Een verandering kan heel klein zijn, zoals vaker verslikken. Daar kan de begeleider op letten tijdens de algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL) en activiteiten. Dan kun je ook hulp vragen bij veranderingen.‘

Over het onderzoek

Deze tips komen voort uit onderzoek naar symptomen op van dementie bij mensen met (Z)EV(M)B door het Universitair Medisch Centrum Groningen, de Rijksuniversiteit Groningen en de Hanzehogeschool Groningen, samen met met 4 gehandicaptenzorgorganisaties: Ipse de Bruggen, Koninklijke Visio, ’s Heeren Loo en Zorggroep Alliade (voorheen Talant). Het onderzoek naar dementie bij mensen met (Z)EV(M)B bestond uit 6 stappen: 

1. literatuuronderzoek;

2. focusgroepen met begeleiders, familieleden en behandelaren;

3. enquêtes onder begeleiders, familieleden en behandelaren;

4. verdiepende interviews met ervaren behandelaren;

5. dossieronderzoek;

6. onderzoek naar de bruikbaarheid van huidige dementielijsten in de gehandicaptenzorg.  

Meer lezen over dementie bij mensen met een (Z)EV(M)B?

Bekijk ook eens de Kennismodules dementie (Z)EV(M)B.