Naar hoofdinhoud Naar footer

Risicoafweging bij epilepsie

Laatst bijgewerkt op: 26-02-2026

Iedereen loopt een zeker risico op letsel, vrijwel op ieder moment van de dag. Echter, cliënten met epilepsie hebben in meer of mindere mate een verhoogd risico op letsel en ongevallen. Maar wat betekenen die risico’s nou daadwerkelijk en hoe weet je of iets juist wel of niet verantwoord is? Wat mag wel en wat mag niet? En wat is de stem van de cliënt met de verstandelijke beperking hierbij? Kan hij de risico’s overzien? Weet hij wat het gevolg kan zijn van bepaalde beslissingen?

Al deze vragen spelen bij naasten en begeleiders van cliënten met een verstandelijke beperking en epilepsie. Maar soms ook bij de cliënt zelf.

Besluitvorming rondom risico's 

Hoe iemand over risico’s denkt is voor iedereen anders: wat de één gevaarlijk vindt, kan voor een ander wel acceptabel zijn. Iedereen heeft zijn eigen visie over wat wel aanvaard kan worden en wat niet. Vanuit eigen waarden en normen, eerdere ervaringen of verantwoordelijkheidsgevoel passend bij het “zorgen voor”  iemand met epilepsie.

Soms staat er een aantal duidelijke regels vast, bijvoorbeeld niet autorijden. Maar in veel situaties zijn er geen duidelijke algemene voorschriften.

Gelukkig maar, want ieder individu is anders. Ieders epilepsiebeeld kan anders zijn. Hoe groot het risico op letsel bij epilepsie is, is mede afhankelijk van het type aanval of iemand hem aan kan voelen komen, de frequentie waarmee iemand aanvallen heeft en of iemand zicht heeft op uitlokkende factoren. Natuurlijk speelt ook de omgeving van de cliënt een rol. De risico’s kunnen zich namelijk binnen de verschillende levensgebieden (anders) voordoen; wonen, werken, dagbesteding, vrijetijdsbesteding, deelname aan het verkeer, maar ook bijvoorbeeld in sociale relaties. Een besluitvorming rondom risico’s is dan ook altijd toegespitst op de individuele cliënt.

In kaart brengen risico’s en wensen

Het is dus van groot belang om de feitelijke risico’s gezamenlijk in kaart te brengen of juist te gaan onderzoeken met elkaar. Bij de risico’s kijk je naar de kans dat iets zich voor doet én de impact die het heeft. De kans dat zich iets voor doet kan bijvoorbeeld dagelijks, wekelijks, maandelijks of zelfden zijn. De impact gaat van een klein schrammetje of blauwe plek tot aan de dood. 

Als tegenhanger van het kijken naar risico’s, ga je met elkaar ook kijken naar wat de wens en voorkeur is van de cliënt en omgeving. Je zet het ook in het perspectief van de kwaliteit van leven van de cliënt. Op basis hiervan kun je gemakkelijker besluiten welke risico’s je met elkaar juist wél wil accepteren. En in welke bepaalde concrete situaties je bepaalde risico’s juist niet wilt of kunt accepteren. En welke minimale bescherming hier dan passend voor is.

Het klinkt gemakkelijk, maar dat is het niet. Het is een gezamenlijk proces, maar ook een cyclisch proces dat geëvalueerd moet blijven worden. De uitkomst van een risico-afweging is vaak niet zo belangrijk: het proces rondom besluitvorming is veel belangrijker! 

Want hou voor ogen dat iedereen risico’s loopt en ondanks een zorgvuldige risico-afweging kan het altijd misgaan. Door de risico’s samen te bespreken en te beoordelen, zijn jullie samen verantwoordelijk. Zowel in ingrepen die vrijheid beperken en stimuleren. Samen verantwoordelijk, samen op één lijn, voor de kwaliteit van leven van de cliënt.