Toon zoekbalkToon menu

We willen aansluiten op de ander

Woon-werkorganisatie Urtica die nauw samenwerkt met Stichting De Vijfsprong, een bio-dynamisch landbouwbedrijf, gaat uit van de eigen kwaliteiten. Zowel van de begeleiders als de cliënten. Als deelnemer aan Begeleiding à la carte geven ze hier op een unieke manier vorm aan en zoeken ze naar de aansluiting op de ander. Astrid van der Zon en Marianne Hogeman lichten hun aanpak toe.
Urtica de Viijfsprong
Astrid is eindverantwoordelijke voor het landbouwbedrijf en de woon-werkorganisatie. Marianne is werkleider bij De Vijfsprong en projectleider voor Begeleiding à la carte namens Urtica. De organisaties laten zich inspireren door een antroposofische mensvisie, waarbij de hele mens een uitgangspunt is. Dat betekent aandacht voor de lichamelijke, psychische, sociale en geestelijke aspecten van iedere persoon die bij hen woont en/of werkt. Urtica De Vijfsprong vindt het leven met de seizoenen belangrijk en ligt in een rustig landelijk gebied.

 

"Je weet zelf het beste wat je nodig hebt"

De woonzorgorganisatie biedt uiteenlopende vormen van begeleiding, voor zowel jeugd als volwassenen. Urtica gaat er in behandelingen of begeleiding vanuit dat de cliënt weet wat hij (of zij) nodig heeft. Vervolgens krijgt hij de hulp om zijn leven richting en inhoud te geven, en goed voor zichzelf te zorgen. Veel cliënten werken ook op het landbouwbedrijf. 

Handelingsimpuls: ontdekken wat iemand wil doen

Astrid: ‘Passend bij waar we voor staan, kijken we hoe we anders om kunnen gaan met beroepsontwikkeling. We zijn gewend, ook in de maatschappij, om te kijken wat een persoon nodig heeft om zich te ontwikkelen naar een bepaald beroep. Dat willen wij omdraaien, via de zogenaamde handelingsimpuls. Ieder mens heeft een eigen manier waarop hij de dingen doet. Dat eigene van iemand, de handelingsimpuls, wordt zichtbaar in iedere beweging van juist die persoon. Bijvoorbeeld in hoe hij loopt, veegt, kneedt, uien schoonmaakt, houthakt of een streep schildert op papier. 

 

"Iedereen mee kunnen laten doen. Dat is inclusiviteit."

In sommige situaties lijkt gedrag storend. Je onderzoekt en oefent dan op een niet-oordelende manier wat hij eigenlijk wil doen en welke kwaliteit daarin zit. Door wat degene vanuit zichzelf heeft bij te dragen, kun je kijken wat voor soort werk daarbij past. Mogelijk ontstaan dan hele nieuwe beroepen. Zo willen we iedereen mee kunnen laten doen. Dat is inclusiviteit.’

Marianne: ‘Als onderdeel van Begeleiding à la carte hebben we Albert de Vries, medegrondlegger van Inclutrain (inclusief trainen), ingehuurd om de werkleiders hierop te trainen. De werkleiders trainen samen met de deelnemers in de dagbesteding.’

Voorbeeld handelingsimpuls

Marianne: ‘Een cliënt die in de keuken werkt was snijbonen aan het sorteren: als er lelijke plekjes op zaten of als ze te zacht waren moesten ze eruit. Dat deed de cliënt te snel en daardoor onzorgvuldig. Toen we ons gingen inleven in deze cliënt kwamen we erop dat zijn handelingsimpuls iets te maken heeft met “snellen”. 

Om aan te sluiten bij het “snellen” van de cliënt kan de werkleider (de kok) hem vragen om te (ver)snellen. Bijvoorbeeld met de vraag: “Laat snel even zien hoe jij bonen sorteert waar geen enkel vlekje meer op zit.” Omdat de werkleider toekijkt, leert deze hem het snel en grondig tegelijk te doen. Hij wijst hem dan natuurlijk wel op de bonen die hij over het hoofd ziet en misschien moet de cliënt ze snel nog even allemaal nakijken.

Dan accepteer je dat gedrag in plaats van erover te oordelen. Je stemt je op hem af, onderzoekt zijn manier van leren. En kijkt in welke situatie het gedrag een kwaliteit kan zijn. We noemen dat ook inlevend waarnemen. In allerlei vormen experimenteren en oefenen we daarmee. Met cliënten, en als werkleiders ook met elkaar.’


Dagelijks inzetten is de volgende stap

Zowel Marianne als Astrid geven aan dat het dagelijks inzetten van wat de werkleiders leren tijdens de trainingen een aandachtspunt is, omdat de waan van de dag het vaak overneemt. Dat is de volgende stap binnen Begeleiding à la carte. En het bepalen van de voorwaarden om te kunnen kijken of ze op de goede weg zitten. Daarnaast willen ze graag stappen zetten om het inlevend waarnemen ook in de woonbegeleiding in te zetten en mogelijk buiten de organisatie. 

Je kunnen inleven en niet oordelen belangrijk

"Zij voelen zich door ons gezien en daar doen we het voor!"

Astrid: ‘Alles wat bij inlevend waarnemen hoort, zijn belangrijke vaardigheden voor werkleiders. Best een proces dat ook tijd kost om je aannames of oordelen te durven zien, en je intuïtie te leren gebruiken om je echt in te leven. Je verschuift dan naar een relatie met je cliënt op basis van gelijkwaardigheid in plaats van afhankelijkheid. Dat geeft de cliënt ook meer eigen regie. Tegelijkertijd zijn we er nu al heel trots op dat onze cliënten heel tevreden zijn. Zij voelen zich door ons gezien en daar doen we het voor!’ 
 

Reageer op deze pagina

JOUW REACTIE
Wil je een link invoegen in de tekst? Zet de link tussen vierkante haken: [www.kennispleingehandicaptensector.nl]





Cookies op de website van Kennisplein Gehandicaptensector

Kennisplein Gehandicaptensector gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren.
Ik ga akkoord met het plaatsen van cookies (inclusief tracking cookies).
Niet akkoord en lees meer