Kennisplein Gehandicaptensector gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren.
Ik ga akkoord met het plaatsen van cookies (inclusief tracking cookies).
Niet akkoord en lees meer

Gezondheid

Uitgelicht

Voor op de werkvloer

Voor de organisatie

Leren

Praktijkverhalen

Onderzoek

Gezondheid

Observatielijsten: pijngedrag bij mensen met een verstandelijke beperking

Het is soms moeilijk om pijn bij mensen met een verstandelijke beperking in te schatten. Zij kunnen niet altijd aangeven wat voor pijn ze hebben en hoe erg deze is.

Pijnobservatie bij verstandelijke beperkingEen deel van de cliënten kan niet zeggen dat ze pijn hebben, of laten zien dat ze pijn hebben. Hierdoor is het soms moeilijk om pijn te herkennen en ontstaat de kans op onderbehandeling. En een van de belangrijkste gevolgen van onderbehandeling is dat de kwaliteit van leven vermindert.

Hoe herken je pijn en schat je deze in?

Voor het herkennen en inschatten van pijn zijn mensen met een verstandelijke beperking vaak afhankelijk van hun sociale omgeving. Familie en zorgverleners herkennen sneller de kleine gedragsveranderingen die kunnen wijzen op pijn (ook wel pijngedrag genoemd). Voor begeleiders, gedragsdeskundigen, artsen voor verstandelijk gehandicapten (AVG), fysiotherapeuten en verpleegkundigen bestaan verschillende observatielijsten voor het bijhouden van pijngedrag.

Tools

Zelfrapportage pijn

Naast observatie van pijngedrag is het belangrijk om aandacht te hebben voor zelfrapportage. Dit kan bijvoorbeeld aan de hand van schalen. Deze zijn ook te downloaden op het Kennisplein.

Welke lijst moet ik gebruiken?

Ga direct naar de pijnobservatielijsten

Pijnobservatielijsten kun je gebruiken bij een vermoeden van pijn, bij verandering van gedrag of als voor- en nameting bij een interventie. Welke observatielijst je inzet, en wanneer en hoe vaak, hangt af van waarom je de lijst gebruikt. En van het type cliënt. Maar ook van de voorkeur van de zorginstelling waar je werkt.

Om een keuze te maken kun je de Beslisboom Gebruik Observatielijst Pijngedrag (pdf) gebruiken (Oproep: Graag hoort Nanda reacties over het gebruik van deze beslisboom, we horen graag je feedback!). De observatielijsten die daarin genoemd worden, worden ook besproken op deze website. Dit is een deel van de lijsten die er zijn, maar ze vormen een goede basis.

Je kunt kiezen uit pijnobservatielijsten voor onder andere de volgende cliëntgroepen:

  • Autisme of vreemd pijngedrag (PGA)
  • Dementie (PACSLAD-D, MOBID2-NL of REPOS)
  • Aandoeningen aan het bewegingssysteem (MOBID2-NL)
  • Kinderen/EMVB (CPG)
  • Overig (REPOS)

Ontwikkeling en keuze pijnobservatielijsten

De lijsten en bijbehorende informatie ontwikkelde Vilans in samenwerking met neuropsycholoog Nanda de Knegt.

Voor deze selectie van observatielijsten is er gekeken naar 3 belangrijke punten:

  • De lijsten zijn in het Nederlands.
  • Ze worden vaak gebruikt bij mensen met een verstandelijke beperking.
  • Ze zijn bijna allemaal na wetenschappelijk onderzoek goedgekeurd. 

De PGA en CPG zijn speciaal gemaakt voor mensen met een verstandelijke beperking. De REPOS, MOBID2-NL en PACSLAC-D lijsten moeten nog goedgekeurd worden voor die groep. De NCCPC-R is bedoeld voor kinderen met een verstandelijke beperking. Voor een afstudeerproject Verpleegkunde is de lijst in het Nederlands vertaald en getest. De lijst moet nog verder wetenschappelijk onderzocht worden.

Gebruik observatielijsten

Om een observatielijst goed te kunnen gebruiken is het belangrijk om te weten hoe je ermee moet werken. Zo voorkom je dat je de verkeerde uitslag krijgt. Met trainingen kun je de kennis op doen. Vergeet ook niet om de handleiding van de observatielijst te lezen. En bespreek de inzet ervan met de verschillende zorgverleners. Op deze manier zijn alle betrokkenen ook op de hoogte van het doel, de resultaten en de aanpak. Hou er wel rekening mee dat de observatielijst alleen niet voldoende is om zeker te weten of iemand pijn heeft. Maar je kan het wel zien als beginpunt om te achterhalen of iemand pijn heeft.

Pijnobservatielijsten

Richtlijn Signaleren van pijn bij mensen met verstandelijke beperkingen

De richtlijn Signaleren van Pijn bij mensen met verstandelijke beperkingen geeft onderbouwde informatie over het signaleren van pijn. Belangrijk zijn onder andere de stappen: het (h)erkennen van pijn door het indirect uiten van pijnsignalen of direct uiten van klachten door cliënten, Het (h)erkennen van pijnklachten, Het delen van de informatie over pijn met collega’s (of anderen, zoals naasten en belangenbehartigers), De richtlijn geeft ook informatie over hulpmiddelen om pijn te meten. Voorbeelden daarvan zijn: REPOS en Facial Pain Scale.

De beroepsvereniging verpleegkundigen en verzorgenden (V&VN) publiceerde een richtlijn pijn bij volwassenen met een verstandelijke beperking, inclusief onderbouwing.
 

Casus

Mevrouw van Rijsdijk wil niet meer lopen. Als ze het toch probeert, vertrekt ze haar gezicht in een grimas. Het lijkt alsof ze erge pijn heeft. Ze kan zelf niet vertellen wat haar scheelt. Hoe kan ik pijn bij cliënten herkennen?​

Doelgroepen en thema's

Doelgroep
Thema's
  • Lichamelijk welbevinden
Lees meer over de thema's

Onderbouwing bruikbaarheid tool

Evidence based. De effecten van de richtlijn zijn onderzocht door middel van wetenschappelijke onderzoeksresultaten onderzoek. 

Beoordeling: De richtlijn is ontwikkeld door de beroepsgroep Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland; de pijnmetingsinstrumenten zijn op bruikbaarheid bij mensen met verstandelijke beperkingen getest.


Deze tool is onderdeel van
Leidraad Oud en Gelukkig.
Ga naar de leidraad

Leidraad Oud en Gelukkig hoort bij onderzoeksprogramma
Gewoon Bijzonder.
Lees meer over Gewoon Bijzonder

JOUW REACTIE
Wil je een link invoegen in de tekst? Zet de link tussen vierkante haken: [www.kennispleingehandicaptensector.nl]