In het model van de driehoek is vertrouwen de basis van een goede samenwerking. Als de familie jou vertrouwt, kun je samen beter zorgen voor de cliënt. Je wint vertrouwen door bijvoorbeeld te doen wat je afspreekt. Dit noemen we de Bonus in het model van de Driehoekskunde. Hoe doe je dat? Door goed te communiceren en duidelijk te weten wat er van jou als zorgprofessional wordt verwacht.
Verbinding en positie: een krachtige combinatie
Bij hulpverleners is er vaak veel aandacht voor de Verbinding uit het model van de driehoek. Toch is in het model de Positie ook erg belangrijk. Als het je lukt om sterk te zijn in zowel positie als verbinding, dan heb je een perfecte, krachtige combinatie. Wat die positie inhoudt? Dat is jezelf positioneren als professional en niet op de stoel van de ander gaan zitten. Het is soms nodig om als professional grenzen aan te geven.
De Verbinding met mensen met een migratieachtergrond vraagt vaak meer tijd en aandacht. Zo ontstaat voldoende vertrouwen om te ontdekken wat de vraag achter de vraag is. Daarnaast vinden zorgprofessionals het soms lastig om een andere cultuur goed te begrijpen. Het werken met mensen met een migratieachtergrond brengt vaak nieuwe zorgvragen en dilemma’s naar boven waar een hulpverlener niet meteen antwoord op heeft.
Nieuwe vragen van cliënten en naasten vragen soms om een andere aanpak. Daardoor kan het lastiger zijn om je rol als hulpverlener duidelijk te maken. Bij een nieuw contact is ook niet altijd meteen duidelijk wat de cliënt en de familie van jou verwachten. In sommige culturen wordt een arts of hulpverlener gezien als een autoriteit, omdat die daarvoor heeft geleerd. In de Driehoekskunde gaan we ervan uit dat de verwant de expert is. Hij of zij kent de cliënt het beste. Bij cultuursensitief werken is het vaak belangrijk om dit extra te benoemen: 'U bent de expert en ik ben de professional.' Zo bouw je vertrouwen op. Ook leer je van de verwant wat belangrijk is in de zorg voor de cliënt. Andersom leert de verwant van de zorgprofessional.
Rol binnen de familie
In Nederland kijken we vaak eerst naar de wensen en behoeften van de cliënt. Maar bij cultuursensitief werken is het belangrijk om er rekening mee te houden dat familie vaak een grote rol speelt. Daarbij gaat het niet alleen om het gezin, maar ook om bijvoorbeeld ooms, tantes en grootouders. Hun mening en invloed kunnen groot zijn. Kijk daarom goed wie de belangrijkste gesprekspartner is. Dat kan bijvoorbeeld een tante zijn. Het kan helpen om de familie en andere belangrijke contacten in een netwerkkaart te zetten.
Besef ook dat het door cultuur of religie voor families vaak belangrijk is om zelf voor hun familielid te blijven zorgen. Zij willen de zorg niet altijd uit handen geven, vooral niet als het gaat om de zorg in de nacht.
Wensen en verwachtingen
Voor een begeleider is het belangrijk om te weten dat er bij sommige onderwerpen spanning kan ontstaan. Bijvoorbeeld als het gaat om intramuraal wonen of gebruik van bepaalde voedingsmiddelen. Of om aanraken, intimiteit en seksualiteit. Hoe leg je verbinding in zulke situaties? Ook hier staat een respectvolle benadering centraal. Het helpt om goed te vragen welke wensen en verwachtingen mensen hebben. Het is belangrijk om daarbij aan te sluiten, ook als deze anders zijn dan wat je zelf gewend bent.
Dit betekent ook dat je accepteert dat mensen soms andere keuzes maken dan jij vanuit jouw eigen achtergrond gewend bent. Het gesprek gaat dan niet over iemand overtuigen, maar over ondersteuning bieden. Een voorbeeld: stel niet meteen de vraag of een kind in een zorglocatie moet gaan wonen. Vraag eerst hoe de familie naar de toekomst kijkt. Je kunt bijvoorbeeld vragen: ‘Hoe ziet u de toekomst van uw kind? Wat heeft u nodig om de zorg voor uw kind zo lang mogelijk vol te kunnen houden? Heeft u er wel eens over nagedacht wie er voor uw kind gaat zorgen als u ouder wordt?’